is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechter eene vervolging tegen den diaken in. En of de gedaagde ook beweerde, dat hij „in desen in het minste niet geconstringeert kon worden in het ommegaen van de armepenningen te collecteren, maer dat hetselve moghte doen soo als te rade wijrde en overeenquam met sijn commoditeyt", het hielp niets, het hoogste rechtscollege in dit gewest, Luitenant en Hoofdmannen, dachten er anders over; diaken Hendricks werd veroordeeld en kon de kosten van het proces betalen.

Dr. G. A. Wumkes geeft niet ten onrechte aan een hoofdstuk van zijn verdienstelijk proefschrift *) den titel „Onder het juk van den landadel". Ergerlijke staaltjes van misbruik van macht door heeren collatoren in de Ommelanden worden aldaar medegedeeld. Was een door het daartoe volgens de kerkenorde bevoegde consistorium en de manslidmaten gekozen diaken of ouderling niet naar den zin van den collator, dan ontzagen sommigen zich niet den gekozen persoon tot aftreden te dwingen. Verzette de predikant zich daartegen, welnu dan werd de kerkdeur dichtgespijkerd of des dominé's tractement ingehouden of aan dezen het gebruik der pastorie opgezegd. De predikant van Midwolde zag zich in 1673 genoodzaakt „onder d' blauwe hemel voor sijn gemeente te predicken" gedurende de drie Zondagen, dat hij de kerk van Midwolde gesloten vond. Zijn collator, de heer van Nienoord, was namelijk van oordeel, dat de predikant in het nagebed te kort en te koel voor de adellijke familie had gebeden, terwijl deze zich bovendien had verstout te zeggen, „dat hij geen slaaf wilde zijn van d' Heer van Nyenoordt".

Bij de keuze van een nieuwen predikant werd somwijlen maar al te weinig op de wenschen van de gemeenteleden gelet. Dr. Wumkes heeft uit de synodale en classicale acten eenige ge-

1) De Gereformeerde Kerk in de Ommelanden tusschen Eems en Lauwers ('595—'796)- Theol. diss. Gron. 1904, blz. 83 —107.

4*