Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

In het vorige hoofdstuk en ook bij andere Groninger schrijvers worden de woorden: kasteel, slot, burcht, borg, door elkander gebruikt Daarnaast komen de uitdrukkingen: adellijk huis, edele heerd en heerlijkheid, voor. De vraag rijst onwillekeurig en is mij ook menigmaal gedaan, wat moet men onder elk dier zeven uitdrukkingen verstaan. Op die vraag een zoodan.g antwoord te geven, dat de beteekenis van elk dier woorden scherp wordt omlijnd, komt mij vrij wel onmogelijk voor. De een zal een slot noemen, wat de ander als een kasteel en een derde als een adellijk huis vermeldt. De levensomstandigheid van den schrijver, zijne positie in de maatschappij, zijn meer of minder sterk ontwikkelde zucht om den bezitters dier huizen met grootsche titels te behagen, kunnen op het gebruiken der verschillende benamingen invloed hebben uitgeoefend.

Denkt men bij sloten en burchten aan grachten, ophaalbruggen, verdedigingstorens en geweldige muren, diezelfde gedachten rijzen ook bij het woord kasteel voor den geest, hoewel ook groote landhuizen der «8de eeuw met terrassen en parken onder laatstgenoemde uitdrukking zijn begrepen. Wijzen de namen: adellijk huis edele heerd en heerlijkheid meer op de rechten aan het huis verbonden dan op het huis zelve en zijn bouwtrant, men zal moeten erkennen, dat dientengevolge daaronder alle soorten land-

Sluiten