Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoveling van eenige borg of heer van eenig dorp of gehucht konden noemen. Allerwege in de Ommelanden werden daarom, zoowel door hen als door zonen van Ommelander geslachten, „edele heerden ' opgekocht, welke vervolgens doorgaans door vertimmering, door het graven van een gracht en het aanleggen van singels en een oprijlaan in buitenplaatsen en „borgen" werden herschapen. De naam van de „edele heerd", waarop de plaats was gevestigd en die dikwijls niets anders was als de familienaam van het geslacht, dat oorspronkelijk in vroegere eeuwen de heerd had bezeten, werd weer opgerakeld of een nieuwe naam werd uitgedacht. Eenige zomermaanden of den jachttijd bracht de stadsheer op zijn landgoed door, sommige heerden bezat hij enkel om den naam als titel te kunnen gebruiken. De nieuwe eigenaar betitelde zich nu als „heer tot," „van" of „op" Wiertsema, Menninga, Juwkema, Juwema, Sappema, of hoe die edele heerden, welke somwijlen niets als boerenplaatsen met eenige daaraan verbonden rechten waren gebleven, mochten heeten. Natuurlijk gold ook hier, hoe meer titels, hoe deftiger en fraaier. Bezat de heer behalve de edele heerd, waaraan hij zijn naam ontleende, ook nog eenige van den grond gescheiden rechten, zoodat hij in het gericht, het kerspel of het zijlvest een overwegenden invloed kon uitoefenen, dan noemde hij zich ook heer van het dorp en zelfs van de gehuchten in het gericht of kerspel gelegen. Men vindt in de I7de en i8de eeuw heeren van de Palen, Startinghuizen, de Houw, Eelsvverd, Westerdijken enz., kortom van uit enkele huizen bestaande gehuchten, welke niet de minste zelfstandigheid bezitten noch bezaten en enkel namen en klanken zijn, meer niet.

Een natuurlijk gevolg hiervan was, dat het menigmaal is voorgekomen, dat tegelijkertijd verschillende personen zich heer van hetzelfde dorp gingen noemen. Vooral in de omgeving van Leermens, 't Zandt, Zeerijp en Loppersum, waar tal van „edele heerden" nog ongeschonden waren, had dit veelal plaats. Bezwaren waren

5"

Sluiten