Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of de lijst volledig is? Waarschijnlijk niet. Zij is door mij opgemaakt uit de tallooze aanteekeningen gedurende mijn 20-jarige werkzaamheid aan het Rijksarchief in Groningen verzameld, zij is getoetst aan de 17de en i8de eeuwsche kaarten der provincie Groningen, Zij is als een legger te beschouwen, welke tot grondslag van eene verdere, meer uitgebreide studie kan dienen. Wie daartoe lust mocht gevoelen, kan gebruik maken van die aanteekeningen, welke ik aan het Rijksarchief in Groningen heb afgestaan en welke ook de bronnen vermelden, waaraan de aanteekeningen zijn ontleend. Daarin zal men tevens de redenen vinden, waarom enkele huizen niet zijn opgenomen, welke m. 1. ten onrechte bij sommige schrijvers als een borg worden vermeld.

ADUARD (het Huis te).

Aan de noordwestzijde van het dorp van dien naam gelegen.

In 1627 verkochten de Staten van Groningen en Ommelanden uit de goederen der voormalige abdij van Aduard aan Albert Coenders en zijne echtgenoote Peterke Alberda „het doel- ofte cleetmeestershoff in Adewert gelegen met de graffte daerom als oock de cingel, vrij van behuysinge." Aan dit „doelhoff", elders „dwaellhoff" genoemd, grensde ten zuidwesten het aan de families Alberda en Entens toekomende „hoge huis tot Aduwert, Upkenahuis genaemt" met een tuin, door een gracht van genoemd doolhof gescheiden. Albert Coenders, die een eenvoudig huis te Aduard bewoonde, noemde zich reeds „heer van Aduard". Pieter Coenders, eene dochter van hem bij zijne tweede vrouw Maria Clant, huwde omstreeks het midden der 17de eeuw met Joost Lewe van Klinkenborg. Eene andere dochter, Habbine genaamd, huwde in 1653 Jan Clant van de Breede; zij vestigden zich op het ouderlijk huis te Aduard. Door ruiling tusschen Jan Clant van Aduard en Evert Joost Lewe van

Sluiten