Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die eenige jaren later, omstreeks 1760, de borg liet sloopen.

In het h. s. Schoemaker vindt men eene teekening van de borg omstreeks 1730.

BAUKUM of BAUKEMA.

Ongeveer 1/i uur ten oosten van Zeerijp, aan de zuidzijde

van den weg naar 't Zandt.

De Baukemaheerd ontleent natuurlijk zijn naam aan het geslacht Baukema. In de 16de eeuw woonde er het geslacht ten Holte, waarvan vooral bekend is „Writzer ten Holte to Baukum in de Zeerijp hoveling". In 1541 droegen de ehelieden Georg ten Holte en Alegonda Clant hun „adelike behuisinge Baukum genaemt" met bruggen, poorten, singels enz. en een aantal rechten over aan hun zwager en zuster, Herman Ompteda gehuwd aan Elteke ten Holte. In 1690 verkocht Fecco Ompteda de borg aan Edzard Rengers, die het „heer van Baukema" aan zijne vele titels toevoegde. De rechten werden nu van de borg gescheiden en Baukema tot eene gewone boerenplaats teruggebracht, hetwelk zij sinds is gebleven.

BELLINGEWEER, zie Tammingaborg.

BENCKEMAHUIS te Midwolde (Westerkwartier).

Aan de zuidzijde van den grintweg naar Tolbert, ongeveer

6 minuten ten westen der kerk.

Dit huis, het eerst vermeld in het midden der I5e eeuw, werd tot 1557 door de Benckema's bewoond. Volgens eene scheidsrechterlijke uitspraak kwam het huis in dat jaar aan de heeren van de naburige Nienoord, die het huis soms door jongere leden van hun geslacht lieten bewonen, soms verhuurden. Zoo woonde er in 1569 een Johan van Haren. In het laatst der I7de eeuw werd het huis herbouwd en ter

Sluiten