Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEIJUM (het huis te).

In het vroegere kerkdorp van dien naam, thans gehucht ten z.z.o. van Zuidwolde.

Omstreeks 1550 waren de jonkers Coenders heeren van Beijum. Kort na 1600 treffen wij Johan Sickinghe toe Beijum aan als den bewoner van deze borg. In 1663 werd het huis c.a. aangekocht door Frederik Coenders van Helpen, een der twee gebroeders, die de bekende kaart der Ommelanden van Coenders hebben vervaardigd. Hij bewoonde met zijne spaansche gemalin x) het landgoed tot 1689, toen hij naar Frankrijk uitweek. Zijne schuldeischers lieten op 27 Mei 1691 de borg c.a. gerechtelijk verkoopen. Eigenaar werd toen Hillebrandes van Harssens, vermoedelijk om de rechten aan het huis verbonden. In 1738 werd de borg gesloopt.

Eene eigenaardigheid van dit kasteel, waarvan eene afbeelding is bewaard in het h. s. Schoemaker en welke op de kaart van Coenders (hoewel niet in de randteekeningen) voorkomt, zou men kunnen noemen de geneigdheid der bewoners en bewoonsters om huwelijken met buitenlanders te sluiten. Had Johan Sickinghe eene fransche dame, Cathérine Henriquez, als burchtvrouw het huis ingeleid en volgde Frederik Coenders dit voorbeeld door eene spaansche gravin Cabero d'Espinossa naar de Ommelanden te verplanten, de dochter van Sickinghe huwde met Robert Molet, heer van St. Martin, en in tweede huwelijk met den baron de Minerba.

BEWSUM.

Bewsum is een kleine, doch oude borg geweest, welke ten zuiden van Vierhuizen heeft gelegen, en in de 17de eeuw het eigendom was van leden van het geslacht Lewe. In

1) Zie boven blz. 24.

Sluiten