is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood kwam de borg wederom aan de koop. Zoo werd in 1710 eigenaar de bekende Johan Willem Ripperda, de latere hertog en eerste grande van Spanje. Deze schonk in 1714 de borg c.a. aan zijn zwager, den beruchten Jan Cornelis Schatter 1), die er veelal zijn verblijf hield. Zeker gedachtig aan de adellijke hofstad de Ehze bij Zutphen, werd ook de naam Eest voortaan op deze wijze omgezet. Lang heeft ook Schatter hier niet gewoond In I727 lieten zijne talrijke schuldeischers de borg gerechtelijk verkoopen en het zal Schatter zeker niet aangenaam zijn geweest te vernemen, dat zijn aartsvijand E. J. Lewe van Aduard samen met de heeren de Mepsche van Faan en de Hertoghe van Feringa koopers waren geworden. De nieuwe eigenaren lieten nog in hetzelfde jaar de borg sloopen. De naam „de Ehse" bleef nog in latere jaren voor de daar geplaatste boerenhofstede bestaan.

Afbeeldingen van de Eest vindt men op de kaart van Coenders en in het h. s. Schoemaker.

EEST (de), zie SAAXUMBORG.

EISSENGEHEEM onder Holwierde.

In een keerskoopbrief van 3 Mei 1654 is sprake van „wijlen Onno Valck zijn borch, Eissengeheem genaemt, met de gestoelten in de kercke en toebehorende graven, schuir, poorte, brugge, hovinge, grafte, cingel, plantagie met noch sekere ses vennen landts in sijne swetten binnendijcx ronthomme 't huis gelegen" door Onno Valck en nog vroeger door Udo Valck „zelf gebruickt." Van het bestaan en de ligging van deze borg, welke op geene kaarten is te vinden, is mij verder niets bekend.

1) Zie over hem: Mr. C. P. L. Rutgers, Een lastig heer in de Ommelanden, in

Gron. Volks-Alm. 1898, blz. 159 en vlg.