Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGLUMBORG, soms genoemd ENGELENBORG *).

Op 10 minuten afstand ten noordoosten van Oldehove.

Geen vroegere heer van Englumborg, aldus geheeten naar het gehucht Engelum, waar de borg was gelegen, is door mij aangetroffen dan Asinga van Ewsum in de jaren 1664 en 1665. De borg moet tusschen 1636 en genoemde jaren zijn gesticht. In 1679 stierf Anna Clara Huninga geb. van Maneel, vrouwe op Englumborch, oud 3° jaren; zij ligt in de kerk te Oldehove begraven. Mede is aldaar de laatste rustplaats van Anna van Ewsum, echtgenoote van Allard Gayckinga Rengers, vrouwe van Englumborch, in 1684 in den ouderdom van 27 jaren overleden. Omstreeks 1690 werd de Englumborg van den heer Rengers verkocht. In 1704 woonde er Ludolph Luurt Ripperda, de vader van den bekenden hertog Johan Willem Ripperda, en eenige jaren later, o.a. in 1723, de bekende Jan Cornelis Schatter2). In 1750 is de heer B. Geertsema bewoner en eigenaar van de Englumborch, hij had deze gekocht uit den met schulden belasten boedel van Schatter. Ook de heer Geertsema bleef niet lang eigenaar. In 1760 verkocht hij de borg aan zijne nicht Jacomina Werndley, echtgenoote van den heer J. W. van Rossem, regeeringsraad der graafschappen Lingen en Teklenburg. Over dien verkoop werd een proces gevoerd. Englumborg wordt daarbij in de stukken beschreven als bestaande uit „een heerenbehuizinge en schathuis met hoveniershuys benevens hoven, cingels, laanen, graften, boomen en plantagien met dijkregten, bourregten, grietenijregt, stem in de collatie te Oldehove, twee gestoelten ten o. en n. in de kerk van Oldehove, grafkelder, 63 grazen lands, waarop

1) Bij de Loppersummertil stond in 1765 eene boerenplaats Engelenborg geheeten.

2) Zie Gron. Volks-Alm. 1898, blz. 159 en vlg.

Sluiten