Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de borgh is staande, de staande jurisdictie of vrije heerlijkheid van de Campen, de kooi met hondert waarvogels, de jacht in het karspel den Ham enz." Mevrouw van Rossem, douairière geworden, liet in 1773 de borg verkoopen, hetgeen tot eene slooping in het volgende jaar leidde.

Eene afbeelding van Englumborg, met de bijvoeging van het jaartal 1774, vindt men op de kaart van Beckeringh.

EWSUM.

Tien minuten ten noordoosten van Middelstum.

Deze machtige burcht, een der fraaiste en schilderachtigste der Ommelanden, werd volgens Westendorp gesticht in 1278, doch bestond in elk geval in 1371 en werd in 1472 van den zwaren toren voorzien, waarvan in het Eerste Hoofdstuk is gewag gemaakt en welke thans nog bestaat.

De bewoners van dit huis zijn van 1371 (en wellicht vroeger) tot 1616 de heeren Van Ewsum, die hun naam Ewesma of Ewessum eerst aan dit huis hebben gegeven en later daaraan weder door de toevoeging van het woordje van hebben ontleend. In 1616 ging de borg door twee verkoopingen over aan den Groninger burgemeester Abel Coenders, den bekenden geleerde en staatsman. Hij overleed in 1628. Zijne tweede dochter Anna was gehuwd met Everhard Lewe, doch vóór haren vader gestorven. Ewsum vererfde alsnu op haren zoon, den kleinzoon van Abel Coenders, den minderjarigen Johan Lewe. Gedurende die minderjarigheid was het slot onbewoond en geraakte het in verval. In 1649 echter liet Johan Lewe de oude burcht geheel vernieuwen en betrok hij het huis met zijne jonge echtgenoote Geertruida Alberda. Na dien tijd, tot in het midden der igde eeuw, bleef Ewsum in het bezit van, en werd het doorgaans bewoond door de heeren Lewe van Middelstum. In 1863, nadat het kasteel eenige Feith, Ommelander Borgen. 7

Sluiten