Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit gewest na zijn huwelijk (i7°4—1715) • 'n welke zijn overgang van den roomschen godsdienst tot het protestantisme valt, waardoor hem de toegang tot de hooge ambten in het bestuur van gewest en republiek werd geopend, bewoonde hij Jensemaborg. Aan wien Jensemaborg na zijn politieken en ook financieelen ondergang (± 1730) is gekomen, heb ik niet kunnen vinden, evenmin heb ik na den beruchten hertog een heer van Jensema meer aangetroffen. De borg schijnt omstreeks dien tijd gesloopt te zijn, althans in de 2d<= helft der i8Je eeuw is zij van het aardrijk verdwenen. Nog geruimen tijd, tot aan het midden der i8de eeuw, zijn de diepe grachten en het schathuis, met tal van schietgaten, overgebleven. Thans is ook dit alles niet meer te vinden.

JUIST (de).

Ten zuidwesten van Loppersum, aan de oostzijde van den Delleweg, den weg van Winneweer naar Stedum.

In i6de eeuwsche stukken komt de Juist als heerd voor; bij den verkoop van 1636 wordt deze groote boerenplaats met singels, grachten, hof enz. eveneens nog een heerd genoemd, doch in 1653 spreekt een koopbrief, van „de borch en behuisinge" enz. „van Bartholdus d'Embdda, de Juist genoemd." In de i8de eeuw is het weer een heerd, doch in beide eeuwen en ook nog heden van die beteekenis, dat bijna op alle kaarten der I7de en i8de eeuw de naam staat vermeld. In de I7de eeuw was deze plaats, welke op de overgangsgrens van heerd tot borg ligt, eigendom van het geslacht d'Embda. Deze schijnen slechts bij uitzondering op de Juist te hebben gewoond, doorgaans woonden er „meijerwijze" andere personen.

KARELSVELD, zie Benckemahuis.

Sluiten