Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemde, huwde met Otto Clant, waardoor het huis aan dit geslacht is gekomen. Van de eerste helft der i6de eeuw tot in de i8de eeuw was het de woonplaats der heeren Clant tot Scharmer, soms zich noemende „Clant up Nyenhoff tot Scharmer". In 1621 bracht de luitenant Geert Clant „de borchstede tot Scharmer mit annex huis, hoff, cingell, grafften, schathuis en schuire" met vele landerijen, redgerrecht, zijlrecht, dijkrecht, visscherij enz. publiek aan de koop. Kooper werd de stad Groningen. De stad hield de gerechtigheden en den eigendom van het landgoed aan zich en verkocht in 1627 de beklemming van „het huis toe Scharmer" met hof, bosch en land aan Otto Clant. Hoewel dus deze Otto en zijne nazaten feitelijk niet meer de rechten bezaten, welke den titel van „jonker" of „heer" rechtvaardigden, hebben zij den door hunne voorzaten gevoerden titel niet laten varen. Terwijl wij nog in 1713 Sweer Clant tot Scharmer aantreffen, overleed in 1727 Pompejus de Valcke als heer van Scharmer en Gelmersma en in 1740 diens weduwe als vrouwe van Scharmer en Gelmersma. Door vermaagschapping van leden der geslachten Clant, Gruys en de Valcke had deze overgang plaats gevonden. Wanneer de borg Nijenhoff van het aardrijk verdwenen is, is mij niet bekend, vermoedelijk omstreeks het midden der i8de eeuw; op de kaart van Beckeringh komt zij niet meer voor, in het midden der I9de eeuw waren de grachten en singels nog overgebleven.

NIJENSTEIN, zie Scheltkema—Nijenstein.

OFKENSHUIS, zie Ufkenshuis.

OLDENHUIS.

Een kwartier ten noordoosten van Witte wierum, aan de zuidzijde van den weg naar ten Post.

Sluiten