is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben te betalen, of van Haer Ed. geeischt sal mogen worden". Er is in het archief van Menkema en Dijksterhuis (bruikleen Rijksarchief in Groningen) een uit het begin der 18de eeuw stammende plattegrond van „de burgh" met schathuis, vijver en verdere omgeving bewaard.

RIPPERDABORG.

Op korten afstand ten zuidoosten van Winsum, ten oosten

tegenover het spoorwegstation.

Als eersten, ons bekenden bewoner vinden wij Peter Ripperda van Winsum, voor 1477 geboren, als laatsten eigenaar, en misschien bewoner bij tusschenpoozen, Ludolph Luirt Ripperda van Winsum, overleden 1721. Kort na hem is de borg gesloopt en in eene boerderij herschapen. In die driehonderd jaren zijn een groot aantal jonkers Ripperda op het voorvaderlijk slot geboren, de bekendste is zeker wel Wigbolt Ripperda, de dappere verdediger van Haarlem in 1572.

Er waren meer huizen van de Ripperda s in deze omgeving. Van der Houve in zijn Handvest- of Chartrechronijck (Leiden 1636) zegt: „te Schelligeham leggen twee vervallen huysen, alle beyde eertijts aenghekomen hebbende het adelijcke gheslacht der jonckeren van Ripperda, maer nu aenkomende de stadt Groningen." Op een dier huizen doelt vermoedelijk Abel Eppens, wanneer hij op het jaar 1586 mededeelt: „Onno Ripperda van Winsum hovelinck, een junge man, starff to Oldersum int water verswacket. Daermede de stamme uthginck und die stadt Groningen hoer recht behielt van huys in Winsum." Op de midden 17e eeuwsche kaarten zijn die Ripperdaborgen te Schilligeham niet meer te vinden.

Eene teekening van Joost Verregen in den atlas van het Groningsch Museum (waarnaar nevensgaande reproductie is