Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe vreugde voor Paul en haar, ze te zien spelen en vechten. Lieve kinderen, uwe jeugd is slechts onschuld en weldadigheid geweest. Hoe vaak hebben uwe moeders u niet in de armen gedrukt, hoe vaak hebben zij niet God gedankt voor den troost dien Hij haar door u schonk, hoe gelukkig waren zij niet dat de toekomst slechts geluk en vrede voor u scheen te willen brengen! Hoe dikwijls heb ik uw sober maal met u gedeeld, dat maal dat aan geen levend wezen het leven kostte: kalebassen, versche eieren, rijstkoeken, sinaasappelen, granaatappels, pisangs, dadels, ananassen, alles was eenvoudig en gezond.

Het gesprek was even onschuldig als het maal zelf. Paul sprak gewoonlijk over hetgeen er overdag gedaan was en wat er morgen gedaan moest worden; steeds bedacht hij iets nieuws en nuttigs; nu eens waren de wegen niet gemakkelijk genoeg, dan weder gaven de prieeltjes niet voldoende schaduw.

In den regentijd brachten zij alle te zamen den dag in een der hutten door en vlochten er manden of matten. Langs de muren waren de harken en de schoppen in de grootste orde gerangschikt, vervolgens de zakken met rijst en graan en de twijgen met pisangs of bananen. Margaretha en mevrouw de la Tour hadden Virginie geleerd uit het sap van het suikerriet, van de citroenen en van de vruchten van den ceder, verfrisschende dranken te bereiden. Men gebruikte het avondeten bij het schijnsel der lamp, daarna vertelden mevrouw de la Tour of Margaretha de eene of andere geschiedenis van verdwaalde reizigers of van schipbreukelingen, die door den storm op een verlaten eiland geworpen waren. Diep ontroerd "weenden de kinderen dan en baden God in de gelegenheid gesteld te worden, zulke rampzaligen te kunnen helpen en redden. Daarna scheidden de

beide gezinnen om zich ter ruste te begeven, zich reeds bij voorbaat verheugende over den volgenden dag. Somtijds sliepen zij in bij het kletteren van den regen tegen de ruiten ot op het dak hunner hutten, of bij het gieren van den wind, die de boomen heen en weder schudde. Zij dankten den hemel in ve.ligligheid te zijn en baden voor hen die aan gevaren blootgesteld waren. En dan las mevrouw de la Tour iets voor uit het Oude of Nieuwe Testament; er werd echter weinig over gesproken; hun godsdienst bestond uitsluitend uit gevoel, hunne zedenleer in hun handel en wandel. Iedere dag was voor hen een nieuw geluk en alles wat hen omringde sprak hun slechts van eene oneindige wijsheid en liefde, die zij bewonderden en aanbaden zonder te begrijpen en dat gevoel van volkomen vertrouwen troostte hen over wat het verleden gebracht had, gaf hun moed voor het tegenwoordige en hoop voor de toekomst. Door het ongeluk gedwongen in deze afzondering te leven, hadden die twee vrouwen troost en kracht gevonden en hadden zij deze gevoelens ook aan hare kinderen medegedeeld. Scheen een hunner treurig of afgetrokken, dan omringden alle anderen hem en trachtten hem op te vroolijken; ieder handelde steeds zooals zijn karakter hem dreef. Margaretha maakte dan gebruik van haar levendige vroolijkheid, mevrouw de la Tour poogde haar doel te bereiken door middel van hare zachte redeneeringen, Virginie door middel van liefkozingen en Paul door zijne oprechte hartelijkheid. Marie en Domingo hielpen ook op hunne wijze mede. Zij treurden met de treurenden en weenden met de weenenden. Zij waren alle als planten, die in elkander gestrengeld meer kracht hebben om den storm te trotseeren.

Wanneer het mooi weer was, gingen zij alle Zondagen naar de mis te Pam-

Sluiten