Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bemin, zijn zij mij toch nooit zoo dierbaar, dan wanneer zij beiden u hun zoon noemen en het is inij nog aangenamer, wanneer zij mij zelf hare teederheid bewijzen. Gij vraagt mij waarom gij mij liefhebt? Heeft alles wat samen werd. grootgebracht elkander niet lief? Zie slechts die vogels: zij zijn in een en hetzelfde nest opgegroeid en zijn evenals wij altijd bij elkander. Luister hoe zij elkaar roepen en antwoord geven van boom tot boom. Zoo ook wanneer ik uw fluitspel op de bergen hoor, dan weerklinkt de echo in het dal diep in mijn hart. Vooral sinds dien dag dat gij uit liefde voor mij met den meester der slavin wildet vechten, heb ik u zóó lief. Sinds dien tijd denk ik vaak: Paul heeft een edel hart, zonder hem zou ik van angst gestorven zijn. lederen ochtend bid ik voor onze moeders, voor u, voor onze slaven, doch wanneer ik uw naam noem, schijn ik nader bij God te komen en ik smeek Hem vurig u voor alle kwaad te beschermen. Waarom gaat gij steeds zoo ver en zoo hoog bloemen en vruchten voor mij zoeken? Zijn er niet genoeg in onzen tuin? Zie eens hoe vermoeid 'gij weer terug komt ? Gij zijt geheel bezweet." Met haar zakdoekje droogde zij hem voorhoofd en wangen terwijl zij hem herhaaldelijk kuste.

Sedert eenigen tijd echter bevond Virginie zich in een wonderlijken gemoedstoestand. Haar mooie oogen waren met donkere kringen omrand; zij scheen weg te kwijnen. De kalmte was van haar voorhoofd en de glimlach van hare lippen verdwenen; zonder eenige aanleiding kon zij plotseling uitgelaten vroolijk zijn of in tranen uitbarsten. Hare kinderlijke spelen, het gezelschap harer toch zoo dierbare familie, alles vermeed zij dan, en gelijk een rustelooze geest zocht zij de eenzaamste plaatsen op en vond toch nergens rust. Dartel sprong zij somtijds

Paul tegemoet, doch plotseling bleef zij dan verlegen staan, een hoogrood bedekte hare wangen en haar blik ontweek den zijnen. „Het jonge groen bedekt de

rotsen," sprak Paul, de vogeltjes zingen, alles om ons heen is vroolijk, gij alleen zijt treurig." Hij omhelsde haar dan lachend en trachtte haar op te vroolijken, doch zij weerde hem at en vluchtte bevend naar hare moeder. Paul's liefkozingen wekten bij het meisje een onverklaarbaar gevoel van bevangenheid op, terwijl hij zelt niets van die grillen, zooals hij het noemde, begreep.

Wij hadden een dier zomers die nu en dan voorkomen in de landen tusschen de keerkringen. Het was tegen het einde van December, de zon schoot reeds drie weken lang hare stralen loodrecht neder op 1' 11e de France en de Zuid-Oosten wind, die bijna het geheele jaar waait, was gaan liggen. De stof lag wel een voet dik op de wegen, de grond spleet overal vaneen, het gras verschroeide letterlijk, de meeste bronnen waren verdroogd en steeds bleef de hemel nog zonder het kleinste wolkje. Overdag stegen warme dampen op uit de vlakte die tegen het ondergaan der zon vuurvlammen geleken. De nacht zelfs bracht niet de geringste koelte. Hijgend lagen de kudden tegen de bergglooiing en het dal weerklonk van haar droef geloei. De Kaffer zelf, die ze hoedde, trachtte door op den bodem te gaan liggen eenige koelte te vinden, doch de grond was gloeiend en duizenden insecten gonsden door de lucht en zochten hunnen dorst te lesschen met het bloed van menschen of dieren.

Gedurende een dezer nachten voelde Virginie zich minder wel worden; beurtelings opstaande en weder te bed gaande, kon zij rust noch slaap vinden. Plotseling staat zij op, begeeft zich naar den vijver en stapt in het water, dat ondanks

Sluiten