Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groote droogte nog steeds tusschen de stecnen sijpelt. Eerst verkwikt de koelte 'naar en honderd herinneringen komen bij haar op. Zij denkt er aan, dat hare moeders haar en Paul vroeger in dezen vijver kwamen baden, dat haar broeder later dit beekje voor haar alléén bestemd heeft, dat hij den bodem van den vijver met

fijn zand heeft bestrooid en op de oevers welriekende planten

zij de gevaarlijke eenzaamheid, verlaat het water dat haar schijnt te branden en vlucht naar hare moeder, als wilde zij bij haar steun zoeken.

Reeds dikwijls had zij mevrouw de la Tour haar leed willen toevertrouwen; reeds meermalen was Paul's naam op hare lippen geweest, doch haar beklemd hart scheen zich niet in woorden te kunnen uiten en weenend verborg zij dan slechts haar hoofdje aan moeders borst. Deze vermoedde zeer wel, wat haar dochter scheelde, doch wilde er liever niet

En dan las mevrouw de la Tour iets voor uil hel Oude of Nieuwe Testament.

heeft gezaaid. Op hare bloote armen en op haar boezem ziet zij door het water heen de weerkaatsing der twee cocosboomen, die bij haar geboorte en bij die van Paul daar werden geplant. Zij denkt aan Paul's liefde, die bedwelmender is dan de geur der bloemen, reiner dan het reinste bronwater, sterker dan de in elkander gestrengelde takken der cocosboomen. Zij denkt aan de stilte en de eenzaamheid van den nacht en het bloed stroomt haar door de aderen als ware het verteerend vuur. Verschrikt ontvliedt

met haar over spreken. „Wend u tot God, mijn kind," sprak zij, „Hij alleen kan u genezen. Beproeft Hij u heden, zoo is het slechts om morgen te zegenen en vergeet niet dat wij slechts leven om anderen gelukkig te maken."

Deze ondraaglijke hitte kon echter niet meer lang duren, weldra bedekten de dampen gelijk een reusachtig zonnescherm het gansche eiland. Weldra weergalmde de bosschen, de vlakten en de dalen van geweldige donderslagen en de regen viel met stroomen neder. De laagvlakte ge-

Sluiten