is toegevoegd aan uw favorieten.

Paul en Virginie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leek na weinig tijds eene zee; terwijl het hooger gedeelte waar de hutten staan als een eiland uit het water stak. De ingang van het dal leek wel eene sluis, die boomen en rotsblokken door het schuimende water voortgedreven, doorliet.

De beide gezinnen waren in de hut van mevrouw de la Tour gevlucht en smeekten God 'om hulp. Hoewel de deuren en luiken gesloten waren, kon men alle voorwerpen bij het schijnsel der bliksemstralen dat door de spleten drong duidelijk zien. Onverschrokken ging Paul door Domingo gevolgd van de eene hut naar de andere om hier een muur en ginds weer eene deur sterker te bevestigen ; sleghts nu en dan kwam hij binnen om de vrouwen te troosten en moed in te spreken. Tegen den avond hield de regen op, de donkere wolken dreven over en de ondergaande zon verscheen aan den horizon.

Virginie's eerste verlangen was haar rustoord te bezoeken. Schroomvallig bood Paul haar zijn arm aan, dien zij glimlachend aannam en samen verlieten zij de hut. De lucht was verfrischt en gereinigd, doch de tuin bood een treurig schouwspel 'aan. Vele vruchtboomen lagen ontworteld, terwijl de akkers en zelfs Virginie's bad onder het zand bedolven waren. De beide cocosboomen echter waren staande gebleven, groen en krachtig als voorheen, doch geen gras, geen prieeltje, geen vogels zelfs bevonden zich in de nabijheid, alles was verwoest en verjaagd. „Gij hadt hier vogels gebracht," zei Virginie tot Paul, „en zie, de storm heeft ze verjaagd. Gij hadt dezen tuin aangelegd, alles is vernietigd. Alles hier op aarde vergaat, slechts de hemel is blijvend." „Kon ik u slechts iets hemelsch geven," antwoordde Paul, „doch ik bezit zelfs niets aan aardsche goederen." Blozend hernam Virginie: „Gij bezit het portret van Paulus." Nauwelijks had zij deze

woorden geuit of hij ging het snel halen. Dit portret was een miniatuurschilderijtje van Paulus, dat Margaretha zeer lief had. Als meisje had zij het altijd om den hals gedragen, bij Paul's geboorte echter had zij het haar zoontje omgehangen. Toen zij zwanger was en van allen verlaten, had zij steeds dit portret betracht en zoo was het kind dat zij onder het hart droeg min ot meer op dit beeld gaan lijken. Dit was voor een groot deel mede de reden geweest, dat zij den naam van Paul aan haar zoon had gegeven. Toen Virginie dit geschenk ontving sprak /ij diep ontroerd: „Ik zal dit dragen zoolang ik leef, nooit zal ik vergeten, lieve Paul, dat gij mij het eenigste licht gegeven wat gij bezat." Ten hoogste verblijd door haar hartelijkheid en vooral door het vertrouwelijke „je" dat zij weder eens gebruikte, wilde Paul haar omhelzen, doch zij ontglipte hem en ijlde heen, hem verwonderd achterlatende.

Margaretha echter zeide op zekeren dag tot mevrouw de la Tour: „Waarom zouden onze kinderen niet reeds nu trouwen i Hoewel Paul het zelf nog ternauwernood beseft, beminnen zij elkander toch teeder. Laat de natuur echter eenmaal hare rechten gelden, dan is het ergste te vreezen en tevergeefs zullen wij over hen waken." Doch mevrouw de la Tour antwoordde: „Zij zijn nog te jong en te arm. Stel u ons verdriet voor, indien Virginie kinderen ter wereld bracht, die zij te zwak zou zijn om groot te brengen. Onze slaven zijn oud cn afgeleefd en ikzelf voel mij zeer verzwakt; in deze heete landen tellen de jaren dubbel, vooral wanneer men veel geleden heeft. Onze eenige hoop is op Paul gevestigd. Laat ons wachten tot zijn karakter volkomen gevormd is en hij ons door zijnen arbeid onderhouden kan. Wij hebben thans slechts het hoogst noodige, gaat Paul echter eenmaal naar Indië, voor korten