Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen pricelen en gordijnen van louter bloemen. De meeste dezer boomcn hebben een zoo sterken geur, dat iemand die door dit woud gegaan is, uren daarna nog de lucht bij zich draagt. In den bloeitijd zoudt gij zeggen dat ze met sneeuw bedekt zijn. Tegen het einde van dezen zomer komen verschillende soorten van vogels een tijdlang in het woud vertoeven en het contrast tusschcn hunne lentekleuren en het donkergroen der bladeren is schilderachtig. Men vindt er kleine, langstaartige papegaaien en mooie blauwe duiven, hier als Hollandsche duiven bekend. Grijze en groenachtige aapjes met zwarte kopjes spelen in de toppen der boom en, sommigen houden zich met den staart vast en laten zich zoo heen en weer wiegen. Nog nooit werden deze vreedzame woudbewoners door een geweerschot opgeschrikt. Men hoort er slechts het gekweel en het gekwinkeleer der vogeltjes, het zacht murmelen van het water en het ruischen der boomen. De lucht, steeds vochtig door het water, houdt het groen zelfs in het midden van den zomer frisch en malsch zooals het op het gansche eiland niet te vinden is, zelfs niet op de hoogvlakten. Op eenigen afstand bevindt zich eene rots; vandaar kan men het water der rivier zien stroomen zonder echter gestoord te worden door het soms sterke bruischen der gol-

j„ Mornrirptha

ven. Mevrouw ue ia iuui,

Virginie, Paul en ik gebruikten somtijds in de schaduw van deze rots het middagmaal, wanneer de hitte zeer drukkend was. Daar Virginie bij alles wat zij deed, zij het ook nog zoo eenvoudig, steeds het 'welzijn van anderen op het oog had, at zij nooit eene vrucht zonder de pitten of steenen in den grond te planten. „Daar kan een boom uit groeien," sprak zij dan, „en zijne vruchten kunnen misschien een vermoeiden reiziger verkwikken." Op zekeren dag dat zij eene meloen had

gegeten, plantte zij de pitten van de

vrucht in den bodem. Kort daarna kwamen verschillende meloenplantjes op, waaronder eene vruchtdragende, die alle kenteekenen toonde eene ware Amerikaansche meloenboom te zullen worden. Toen Virginie vertrok reikte het boompje slechts tot aan hare knie, twee jaren later echter was het reeds twintig voet hoog daar dit soort boomen zeer snel wast. Toen Paul op zekeren dag toevallig hier kwam, was hij zeer verheugd te zien dat uit de pit die zijn zusje eertijds had geplant, zulk een groote boom gegroeid 'was, hoewel het hem tegelijkertijd diep bedroefde een nieuw teeken van hare lange afwezigheid te vinden Hetgeen wij alle dagen om ons heen zien spreekt ons niet van de snelheid, waarmede ons leven heenvliedt, daar het onopgemerkt met ons veroudert; datgene wat wij na jaren weder terug zien, herinnert er ons aan dat ons leven gelijk is aan een zeer snel vloeiende stroom en Paul was even verwonderd bij het zien van dezen grooten, met vruchten beladen boom, als een reiziger die na lange afwezigheid in zijn land terugkeert en er als volwassen menschen terugvindt, wie hij als kinderen heeft verlaten. Nu eens wilde hij hem neervellen, wijl hij hem te smartelijk aan Virginie's vertrek herinnerde, dan weder beschouwde hij hem als een gedenkteeken aan hare goedheid; hij kuste den stam en gaf hem de teederste benamingen. Wat mij betreft, ik beschouw deze boomen die mij van dat rein en heilig wezen spreken, met meer belangstelling en met meer eerbied, dan ik de eerebogen der Romeinen bewonderd heb. Moge de natuur, die dagelijks alle gedenkteekenen der grooten en machtigen dezer wereld vernietigt, die van een rein en arm meisje daarentegen vermenigvuldigen.

Sluiten