Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paul: „Welnu, dan /al ik trachten mij hij eene vereeniging aan te sluiten, ik zal hare inzichten, haar geest, in één woord haar overtuiging als de mijne aanvaarden en op deze wijze zal ik trachten mij aller achting waardig te maken."

De grijsaard: „Wilt gij dus handelen zooals alle anderen? Wilt gij om het doel te bereiken dat gij u voor oogen stelt, uw geweten, uw eigen persoonlijkheid verkrachten ?"

Paul: „Neen, zeker niet, ik zal steeds in alles waar blijven."

De grijsaard: „Dan zult gij u doen haten in plaats van beminnen. Geloot inij, men vraagt tegenwoordig weinig naar de waarheid, de mensch wil heerschen en rijk zijn, al het andere laat hem koud."

Paul: „Zoo wordt ik dus door allen en overal verstooten en ben ik gedoemd ver van mijne lieve Virginie mijn donker bestaan voort te slepen." Hij zuchtte diep.

De grijsaard: „Laat God alleen uw leidsman zijn en wijd u aan het geluk uwer medemenschen. Koningen en vorsten, volkeren en vereenigingcn, allen hebben hunne vooroordeelen en hunne hartstochten en het is ten koste van uwe reinheid, dat gij hen zoudt moeten dienen. Om God en onzen medemenschen welgevallig te zijn, behoeven wij slechts deugdzaam te wezen. Waarom wil eigenlijk een mensch zich van zijne medemenschen onderscheiden en boven hen uitmunten? Het kan geen natuurlijk gevoel zijn, want indien ieder het wenschte, zouden alle menschen in voortdurenden strijd met hunne naasten leven. Wees met uw lot tevreden en dank den hemel, die u in eene omgeving geplaatst heeft waar gij 'de stem van uw eigen geweten moogt volgen. Gij leeft in een land en in eene omgeving waar gij niet behoeft te bedriegen en te kruipen of u te verlagen, zooals bijna al degenen die in Europa naar rijkdom jagen, het genood¬

zaakt zijn te doen. < lij kunt hier goed, oprecht, waar, geduldig, rein, toegevend en vroom zijn, zonder het mikpunt van den spot te wezen. De Voorzienigheid heeft u vrijheid en gezondheid geschonken en hebt gij geen vrienden, die tl oprecht liefhebben? De vorsten naar wier gunst gij zoudt willen trachten, zijn niet zoo gelukkig als gij."

Paul: „Dit alles heeft voor mij geene waarde zonder Virginie. Met haar beu ik rijk, gelukkig, bezit ik alles; zonder haar ben ik ellendig en arm. Zij slechts is mijn eer en mijn rijkdom. Doch hare oudtante wil haar een geleerde als echtgenoot geven naar ik vernomen heb; welnu, ik zal mij aan de studie wijden. Alle geheime en verborgen wetenschappen wil ik mij eigen maken, met mijne kennis zal ik mijn vaderland van nut kunnen zijn zonder iemand te benadeelen of van iemand, wie het ook zij, af te hangen. Mijn roem zal ik aan mijzelven te danken hebben."

De grijsaard: „Mijn zoon, het ware talent is nog zeldzamer dan rijkdom en macht, misschien juist daardoor, wijl het de kostbaarste gave is. Niets en niemand ter wereld kan haar ons ontnemen. Men moet echter vaak eene lijdensschool doormaken om het te verwerven; ontberingen van allerlei aard, vervolgingen van onze medemenschen, afgunst en nijd, dit alles moet men weten te verdragen. De talentvolle ziel lijdt aan eene gevoeligheid, die haar vaak van smart ineen doet krimpen. Gij zoudt de menschheid met uw talent en uw kennis van dienst willen zijn? Doch hij. die door zijn aanhoudenden arbeid, een onvruchtbaren bodem korenaren kan laten voortbrengen, heeft meer voor de menschheid gedaan, dan hij die een wetenschappelijk boek geschreven heeft.

Paul: „Dan is zij die dezen meloenboom geplant heeft, hierdoor nuttiger geweest dan wanneer zij verscheidene boe-

Sluiten