Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het scheepsvolk zoo vlug. Dan sprak hij van de toebereidselen welke hij maakte om haar te ontvangen, van de niewe woning die hij wilde bouwen en van al de verrassingen die hij haar bereiden zou wanneer /ij zijne vrouw zou wezen. „Zijne vrouw!" die gedachte alleen maakte hem half gek van blijdschap. „Gij zult niet meer behoeven te arbeiden," sprak hij tot mij, ,,Virginie zal rijk zijn en wij zullen vele slaven hebben die voor ons zullen werken, (iij zult steeds bij ons zijn, het eenige wat gij te doen zult hebben, zal zijn, gelukkig en blij uwe laatste jaren bij ons door te brengen." En vol blijde hoop deelde hij zijnen moeders al zijne plannen mede.

De uitbundigste blijdschap kan in korten tijd in diepe droefheid veranderen en door hevige gemoedsaandoeningen vervalt het hart steeds van het eene uiterste in het andere. Vaak kwam Paul mij reeds den volgenden dag diep terneergeslagen opzoeken. Dan zeide hij: „Virginie laat niets van zich hooren; wanneer zij Europa verlaten had, zou zij het wel geschreven hebben. Ik vrees dat de geruchten die ik omtrent haar huwelijk vernomen heb, gegrond zijn; zij heeft een rijken edelman getrouwd. De liefde tot weelde en rijkdom heeft haar gelijk zoovele anderen bekoord en de deugd is een schoon woord, dat alleen in romans gevonden wordt. Zoo Virginie waarlijk deugdzaam geweest was, zou zij hare moeders en mij niet hebben verlaten en terwijl ik van liefde en verlangen wegkwijn, heeft zij mij reeds lang vergeten. Ik ween en zij vermaakt zich. Alles verveelt mij, waarom zou ik ook nog werken? Ware er slechts oorlog in Indië, dan zou ik daar mijn leven laten!"

„Mijn zoon" antwoordde ik, „het is slechts een voorbijgaande moed die er ons toe brengt den dood tegemoet te gaan, doch alleen het geduld stelt ons

in staat om het leven met al zijn lijden en al zijne plichten te dragen en zonder getuigen, zonder lofspraak steeds kalm en beslist voorwaarts te gaan. Dat geduid kunt gij slechts bij üod vinden, want het berust noch op de algemeene meening der menschen, noch op eenigen anderen prikkel onzer eigenwaarde. Geduld is de moed der deugd."

„Welnu" hernam Paul, „dan bezit ik zeer zeker geene deugd, want alles ontmoedigt mij."

„Temidden van zoovele hartstochten die ons steeds heen en weder slingeren," antwoordde ik, „hebben wij eene bron waar wij immer opnieuw geduld en moed kunnen gaan scheppen, namelijk de „letterkunde". De letterkunde, mijn zoon, is ons door de Voorzienigheid als troost in deze wereld gegeven; zij is een straal der machtige Wijsheid, die den mensch regeert en leidt, een straal die verlicht, verwarmt en het hart verheugt. De letterkunde stilt de hartstochten, wakkert de deugd aan, spreekt ons van mannen en vrouwen, wier leven ons een voorbeeld moet zijn en wier herinnering steeds in onze harten zal voortleven. Zij is eene dochter des hemels, op aarde nedergedaald om de inenschheid te helpen hare smart te dragen. De groote schrijvers zijn steeds opgestaan in de moeilijkste en meest donkere dagen der geschiedenis. De letterkunde is talloozen mannen tot troost geweest, die oneindig veel ongelukkiger waren dan gij het zijt: Xenophon die uit zijn vaderland werd verbannen, Scipio, de Afrikaan door den. laster der Romeinen verdreven, Lucullus, de kuiperijen zijner langdenooten nioede, allen vonden er troost en moed in. De letterkunde moet ons voorwaarts brengen, beter, reiner, grooter en edeler maken. Bestudeer de letteren, mijn zoon; zij die voor ons geleefd en geschreven hebben zijn als reizigers die den weg reeds af-

Sluiten