is toegevoegd aan uw favorieten.

Paul en Virginie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vruchten rondom de baar en hingen lappen stof aan de omringende hoornen; andere vrouwen uit Bengalen en Malabar brachten kooien met vogels, die /ij op haar graf in vrijheid stelden. Allen w ilden hun leedwezen en hunne liefde uiten, elk op zijne eigen wijze. IK* macht der deugd moet toch waarlijk groot zijn daar /ij alle godsdiensten op haar graf vereenigt.

.Wen was genoodzaakt eene wacht bij haar grat te plaatsen, daar eeltige arme meisjes zich in den kuil wilden storten, /eggende dat zij nu toch niets meer op de/e aarde te verwachten hadden, nu hare weldoenster gestorven was.

/.ij werd daar begraven, onder die bamboeboomen, waar /ij zoo gaarne had uitgerust wanneer zij met hare moeder uit de kerk van Pamplemousses terugkeerde, zittend dan naast hem, wien zij nog steeds den naam van „broeder" gaf.

Na afloop der begrafenis kwam de gouverneur, gevolgd door een groot deel der bevolking, hier heen. Hij verzocht mevrouw de la Tour en Margaretha geheel over hem te beschikken; in scherpe woorden gaf hij zijne verontwaardiging te kennen over het onmenschlijk gedragder oudtante en richtte zich vervolgens tot Paul om hem eenige troostwoorden toe te spreken. .,Ik wensch iets te doen voor uw ongeluk en dat uwer familie, sprak hij, „God is getuige mijner oprechte bedoelingen, üa naar Frankrijk mijn vriend, ik zal u een aanbevelingsbrief meegeven. Ik zal uwe moeder gedurende uwe afwezigheid verzorgen als ware zij de mijne." Hij strekte Paul bij deze woorden de hand toe; deze echter trok de zijne snel terug en keerde het hoofd van hem af.

Ik bleet in de woning mijner vriendinnen achter om haar in het een en ander ter /ijde staan. Na drie weken kon Paul weder opstaan; naarmate zijn lichaam sterker werd, scheen zijne droefheid ech¬

ter toe te nemen. Alles liet hem onverschillig, zijne oogen stonden dof en hij antwoordde geen woord op wat men hem ook zeide.

Mevrouw de la Tour zeide hem eens: „Mijn zoon, zoolang ik u zie, is het mij als zag ik ook Virginie." Bij het hooren van dien naam sidderde hij, gat echter geen antwoord en verliet snel de hut. Lang /at hij onder Virginie's cocosboom, den blik op den vijver gericht. De dokter die hem behandeld had, zeide ons dat wij om hem uit zijne treurigheid op te beuren, hem alles moesten laten doen, waar hij zin in had; dit was het eenige middel om het stil/wijgen waarin hij bleet volharden te overwinnen.

Ik besloot dien raad op te volgen.

Zoodra Paul zich een weinig sterker gevoelde, gebruikte hij zijne krachten om het huis te verlaten. Daar ik hem nooit uit het oog verloor, volgde ik hem met Domingo die eenige levensmiddelen meenam. Bij eiken stap scheen Paul krachtiger en opgeruimder te worden ; hij sloeg den weg naar Pamplemousses in en toen hij bij de kerk was, begaf hij zich rechtstreeks naar de plaats waar de grond kort geleden was omgegraven; daar knielde hij neder en de oogen ten hemel heffend, bad hij lang en innig. Dit scheen mij toe een goed teeken te zijn daar zijne ziel het vertrouwen in God scheen terug te vinden. Domingo en ik knielden naast hem neder en baden met hem. Toen stond hij op en richtte zich zonder echter veel acht op ons te slaan naar het noorden van het eiland.

Daar ik overtuigd was, dat hij de plaats niet kende waar Virginie begraven was, dat hij zelfs niet wist of zij door de golven was aangespoeld, vroeg ik hem waarom hij juist onder die bamboeboomen was gaan bidden: „Omdat wij er zoo vaak samen geweest zijn," antwoordde hij.