Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vervolgde zijn weg tot aan het bosch. Daar overviel ons de nacht. Ik wist hem tc bewegen eenig voedsel te gebruiken, waarna wij ons onder een boom ter ruste legden. Den volgenden morgen hoopte ik dat hij huiswaarts zou keeren. Hij deed inderdaad eenige schreden in de richting van Painplemousses, doch plotseling sloeg hij een pad in dat naar het noorden leidde. Ik raadde zijne gedachten en deed al het mogelijke om hem van zijn voornemen af te brengen; het hielp echter niets. Tegen den middag kwamen wij bij Poudre d'Or aan. Hij liep haastig naar het strand, juist naar de plaats waar hij de „Saint-Qérand" had zien ondergaan. Bij het zien van het eiland Ambre, bij den aanblik der zee, nu zoo kalm en effen als een spiegel, riep hij uit: „Virginie, mijne geliefde Virginie!" en hij viel bewusteloos aan onze voeten.

Wij droegen hem in het bosch terug, waar wij hem slechts met moeite weder tot bezinning brachten. Zoodra hij weer loopen kon, wilde hij naar het strand terugkeeren; wij smeekten hem echter van dit voornemen af te zien en hij volgde ons gedwee. Gedurende acht dagen bezocht hij alle plaatsen, waar hij eertijds met de vriendin zijner jeugd was

geweest: den weg langs welken zij gegaan waren om genade te vragen voor de negerin van de Rivière-Noire, het beekje waar Virginie had uitgerust, het gedeelte van het bosch waar zij verdwaald waren, de rivier der MontagneLongue, mijn huisje, den meloenboom dien zij geplant had, het grasveld waar zij zoo gaarne speelde, alles bezocht hij en bij de herinneringen die er aan verbonden waren, stortte hij bittere tranen. De echo die zoo menigmaal hun gelach en gezang had weerkaatst, herhaalde nu slechts zijne treurige woorden: „Virginie, mijne geliefde Virginie!"

Dit zwervend en ongeregeld leven bleef niet zonder nadeelige gevolgen voor Paul. Zijne oogen lagen diep in het hoofd, zijn gelaatskleur werd vaal en geelachtig, zijn gansche gestel werd ondermijnd. Daar ik overtuigd was dat de eenzaamheid ons lijden erv ook onze hartstochten slechts aanwakkert, besloot ik hem uit deze omgeving die hem steeds aan zijn verlies herinnerde, in eene andere met meer afleiding te plaatsen. Ik bracht hem dus op de bewoonde hoogvlakten van Williams, waar hij nog nooit geweest was. Landbouw en handel brengen in dit gedeelte van het eiland veel drukte en afwisseling. Oansche ploegen van werklieden zijn bezig met het vellen der boomen, andere weder zagen ze tot planken; groote kudden ossen en paarden grazen in de weiden en overal

is het land bewoond. Verschillende soorten van Europeesche gewassen worden hier verbouwd; hier en daar vindt men uitgestrekte korenvelden en zelfs treft men er niet zelden aardbeien en rozen aan. Van deze hoogvlakte ziet men noch de zee, noch Port-Louis, noch de kerk van Pamplemousses, niets dat Paul aan Virginie kon herinneren.

Daar bracht ik hem dus. Steeds hield ik zijn gedachten bezig; ik trotseerde regen en wind met hem, liet hem opzettelijk verdwalen om hem te dwingen zijn geest op iets anders te vestigen. De ziel die waarlijk liefheeft is echter niet van het beminde voorwerp af te brengen. Dag noch nacht, vermoeienis noch rust, afleiding noch tijd, niets kon uit Pauls hart de herinnering aan zijne geliefde minnares uitwisschen. Vroeg ik hem temidden der vlakten van Williams: „Waar zullen wij nu heen gaan?" dan keerde hij zich naar het noorden en antwoordde: „Laat ons naar onze bergen terugkeeren."

Ik bemerkte dat al mijne pogingen om

Sluiten