Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem afleiding van zijne smart te bezorgen vruchteloos waren; er bleef mij niets anders over dan te trachten hem door mijne zwakke redeneeringen op te beuren en onderwerping aan de Voorzienigheid te leeren. Ik antwoordde hem derhalve: „Ja, dat zijn de bergen waar uwe beminde Virginie leefde en hier is het portret dat gij haar hebt gegeven en dat zij stervende op haar hart drukte, dat hart dat tot het laatst toe voor u geklopt heeft," en ik gat Paul het kleine schilderijtje. Hij nam het haastig in zijne magere handen en kuste het herhaaldelijk; geen traan echter ontsnapte aan zijne met bloed doorloopene oogen.

Toen zeide ik tot hem: „Luister mijn zoon, ben ik niet uw vriend? Ben ik niet Virginie's vriend geweest? Heb ik niet steeds getracht uw verstand en uw geest voor den strijd des levens te stalen? Wat betreurt gij eigenlijk zoo bitter? Is het Virginie's ongeluk of het uwe? Uwe smart is zeker zeer groot; gij hebt het dierbaarste wat gij bezat, verloren; Virginie zou ongetwijfeld de beste vrouw geworden zijn, die men slechts kan vinden. Zij zou zich opgeofferd hebben om u te kunnen helpen en had u verkozen boven weelde en rijkdom. Gij waart haar hoogste goed en hare grootste rijkdom. Wie weet echter of 'niet juist datgene, wat u een zoo groot en rijk genot beloofde te zullen verschaffen, u niet tot eene bron van leed en smart zou zijn geweest? Zij was arm, daar hare oudtante haar onterfd had en gij zoudt dus zelf in uw onderhoud hebben moeten voorzien. Daar zij door hare opvoeding teer en zwak was geworden, zoudt gij haar van dag tot dag hebben zien wegkwijnen, ofschoon zij steeds getracht zou hebben u ter zijde te staan. Had zij u kinderen geschonken dan zouden hare zorgen en de uwe er slechts nog door vergroot zijn. Gij denkt wellicht dat de

gouverneur u ondersteund zou hebben, doch wie zegt u dat in eene kolonie waar zoo vaak veranderingen plaats vinden, de heer de la Bourdonnaye steeds hier zou zijn gebleven? Wie weet welken gouverneur men ons in zijne plaats zou hebben gezonden en of uwe vrouw niet slechts ten koste van vele vernederingen eenige ondersteuning zou ontvangen hebben? Ware zij zwak van karakter geweest dan zoudt gij te beklagen zijn geweest; ware zij standvastig gebleven, gij zoudt steeds arm zijn gebleven; en misschien zoudt gij juist om de schoonheid en de deugd uwer vrouw door hen zijn mishandeld en vervolgd, van wie gij hulp zoudt hebben verwacht. Gij zult mij antwoorden dat het geluk onafhankelijk is van rijkdom, dat gij het teeder wezen dat zich aan u vastklemde beschermd zoudt hebben en dat juist de moeilijkheden u vaster aan elkander verbonden zouden hebben. Liefde en deugd groeien inderdaad juist in tegenspoed. Doch zij is nu eenmaal gestorven; hetgeen zij na u het meest heeft liefgehad, blijft echter aan uwe zorgen toevertrouwd en uwe treurigheid is de genadeslag voor uwe arme moeders. Wees voor haar alles wat Virginie voor haar geweest zou zijn indien zij ware blijven leven.

Mijn zoon, wij kunnen slechts gelukkig zijn door anderen gelukkig te maken. De mensch is niet geschapen om rust, overvloed, weelde en eer te genieten; hij is slechts een arme, zwakke pelgrim. Ziet gij niet hoe onze pogingen om den rijkdom te verwerven ons allen in eenen afgrond hebben gestort? Het is waar, gij hebt er u steeds tegen verzet, doch wij dachten allen dat Virginie's reis uw beider geluk tengevolge zou hebben. De uitnoodiging eener oude, rijke verwante, de raadgevingen van een verstandig gouverneur, de vermaningen en het gezag eens priesters, dit alles heeft Virginie

Sluiten