Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles, zelfs het woud dat u zoo vaak zijn schaduw verleende, de beekjes die voor u kabbelden, de heuvels waar gij nu rust, alles treurt om u!

Na uwen dood heeft niemand den moed gehad dezen verwaarloosden bodem te bebouwen, noeh uwe vervallen hutten weder op te bouwen. Uwe geiten zijn verwilderd, uwe boomgaarden verwoest, uwe vogels zijn gevlucht en het eenige levensteeken dat men hier verneemt is het gekras van den sperwer die in groote

kringen boven de omringende rotsen vliegt.

Wat mij betreft: sinds gij mij ontnomen zijt, gevoel ik mij als een mensch die door zijne vrienden is verlaten, als een vader die zijne kinderen heeft verloren, als een reiziger die alleen achtergelaten, eenzaam op aarde ronddwaalt.

De arme grijsaard stond bij deze laatste woorden op en verwijderde zich weenend; en ook mijne tranen hadden bij het hooren van dit noodlottig verhaal ineer dan eens gevloeid.

EINDE.

Sluiten