Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Compost. Naast den stalmest speelt de compost, ook onder den naam van stratendrek bekend, een voorname rol. Voor de bereiding er van kan ieder zelf zorgen, tenminste als de tuin niet te klein is. In een verloren hoekje, liefst zoo ver mogelijk van huis, wordt een kuil gegraven, bijv. van i a 2 M. in het vierkant en i M. diep. Daarin wordt alles gestort, waar men geen raad mee weet, zooals turfasch en de afval van groenten uit de keuken, het onkruid, tenminste als er nog geen zaad in zit, het aardappelloof, het roet uit den schoorsteen, de inhoud van den beerput enz. enz. Deze hutspot levert, mits goed vermengd en goed verteerd, een uitnemende meststof op. Koolstronken behooren er niet in thuis; zij hebben jaren noodig om te verrotten. Enkele dekheesters dienen dit plekje zooveel mogelijk aan het oog te onttrekken. De vlier leent zich hier bijzonder voor.

Kunstmest. Waar men moeilijk over stalmest of compost beschikken kan, daar kan men zich in verreweg de meeste gevallen met kunstmest behelpen. In den herfst strooit men 8 a 10 K.G. kainiet, in het voorjaar 6 a 8 K.G. Thomassiakkenmeel of superphosphaat per are. Heide worden ondergespit. Gewassen, die zich krachtig moeten ontwikkelen, zooals bijv. de kool en de sla, geeft men bovendien 2 a 3 K.G., langzaam groeiende gewassen 1 a 2 K.G. ( hilisalpeter per are. Deze wordt kort na het planten of zaaien uitgestrooid en trekt met den dauw en den regen wel in den grond.

V'Ioeimest. Teneinde gedurende de zomermaanden den groei van sommige planten bijzonder te bevorderen, wordt hun om de week of veertien dagen wat vloeimest toegediend. Daartoe neemt men een oud petroleumvat, dat van binnen goed uitgebrand is, vult dat voor ruim de helft met water en stort er verder een paar emmers koemest in. Ook wat bloed, wat beer of wat roet kunnen geen kwaad. Het is vooral bij betrokken lucht de beste gelegenheid, om de planten, na er eens flink in geroerd te hebben, van het bovenste aftreksel wat te geven. Zoo noodig wordt de voorraad later weer met water of met mest aangevuld. Evenwel: met wat chilisalpeter kan men op heel wat gemakkelijker wijze nagenoeg hetzelfde resultaat bereiken. Een weinig rondom of tusschen de planten gestrooid, toont al heel gauw zijn uitwerking. De ondervinding leert spoedig, hoe ver men gaan kan. Wil men deze meststof in water oplossen, dan geve men hoogstens 1 a 2 gram op een liter! Voorzichtigheid zij dus aanbevolen.

Sluiten