Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Hypericum Moserianum is zeker wel de kleinste van alle. Als ze in het hartje van den zomer onder hare groote goudgele bloemen als begraven ligt, dan zal men moeilijk de verleiding kunnen weerstaan, om er een rand van langs de een of andere lage heestergroep te wenschen.

Vroegbloeiende heesters. Het is wel jammer, dat voor velen de lente pas begint, als ze eigenlijk reeds voorbij is. Zij hebben stille vrienden noodig, die er hen opmerkzaam op maken, dat er reeds van Januari af herleving in de natuur komt en alles er op wijst, dat de zomer in aantocht is. De eerste van alle is het Teperboompje. Vaak bloeit het voor Kerstmis reeds. De Hamamelis en de Jasminum nudiflorum laten evenmin lang op zich wachten. In Februari zijn ze al bij de hand. Half Maart, en de Amygdalis persicoides staat reeds in bloei, terwijl de Ribes sanguineum al aanstalten maakt. En voordat April zijn intocht nog gedaan heeft, staan Amygdalis communis. Forsythia suspensis en F. viridissima, Cydonia japonica, Cornus mascula, Zanthorhiza apiifolia, Andromeda japonica, Prunus cerasifera, Mahonia Aquifolia en Nuttalia cerasiformis reeds volop in bloei. Bovendien heeft ook de Ulex europaeus al dien tijd gebloeid. Eigenlijk bloeit ze het heele jaar door, zoowel des winters als des zomers. Meimaand is de bloemenmaand bij uitnemendheid en het zal dus niet noodig wezen, het lijstje nog langer voort te zetten.

Bloemheesters in de schaduw. Enkele heesters zijn er. die ook in de schaduw nog bloemen geven. Zij stellen zich dus met bijzonder weinig licht tevreden. Van de grootere mogen de Lijsterbes, de Vogelkers, de Geldersche roos, de Amelanchier, de Clethra en de Calycanthus floridus genoemd worden; van de kleinere de Symphoricarpus racemosa, vele Spiraea's en de Hypericum-soorten. Het spreekt van zelf, dat zij zich in het volle licht beter ontwikkelen dan hier.

Bladheesters. Naast de bloemheesters nemen de bladheesters een voorname plaats in. De Acer Negundo fol. var., de Morus rubra, de Rhus glabra, de bonte kornoelje, de bruiribladige hazelaar, de goudgele jasmijn en andere meer, ze worden uitsluitend om hun mooi gebladerte aangekweekt. Ook de goud-bonte vlier is zoo mooi en groeit, als ze elk jaar wordt ingekort, zoo welig, dat men haar gaarne een plaatsje gunnen zal. De Paulowna imperialis en de Aralia sinensis met hun kolossale bladeren,

Sluiten