Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn schoonheid tot zijn recht te doen komen. Nu eens is het een tak, die al de andere dreigt te overvleugelen, dan weer is het een andere, die een verkeerde richting inslaat, elders is het een derde, die kampt met den dood. In al die gevallen moet men tusschenbeide komen. Alles, wat aan de schoonheid van het geheel en aan den goeden vorm afbreuk doet, dat moet verwijderd worden; niet gedeeltelijk, maar geheel en al. Alle takken, die den heester ontsieren, moeten weggesneden worden, terwijl men er toch voor dient te zorgen, dat het overblijvende zijn losheid en bevalligheid blijft behouden. Vooral binnen in de struiken vindt men vaak een chaos van oud hout, dat schier alle groeikracht mist en slechts weinig jonge twijgen en nog minder bloemen geeft. Dat is het in de eerste plaats, dat verwijderd worden moet. Zoo kunnen licht en lucht daar vrijelijk binnentreden. In den herfst is het daarvoor de beste tijd. Toch dient men er voor te waken, dat er niet te veel weggesneden wordt. Vooral bij heesters, die vroeg in het voorjaar bloeien, dient men voorzichtig te zijn. want hunne bloemen liggen in de knoppen van den vorigen herfst verscholen. Worden zij in den herfst gesnoeid, dan wordt er tevens veel bloem weggesneden. Hij deze doet men dus beter, tot na den bloeitijd te wachten. De Sering en de Sneeuwbal, de Forsythia's en de Ribessoorten en vele andere meer, behooren hiertoe. Evenwel, wie de heesters van binnen genoegzaam uitdunt en al het oude hout wegsnijdt, dat hem hinderlijk voorkomt, die behoeft zich over den bloei niet ongerust te maken. Tegen het zoogenaamd inkorten« der takken dient echter ernstig gewaarschuwd te worden. Want daarmee snijdt men in de eerste plaats veel bloem weg, terwijl men tevens juist het tegengestelde resultaat bereikt van wat men zich had voorgesteld. Want op de toppen der ingekorte takken verschijnen weer tal van nieuwe scheuten, die de kroon veel dichter maken, dan zij eertijds reeds was. Zelfs de Sneeuwbal en de Sering, die toch een kroon van een aanzienlijken omvang kunnen geven, worden nooit anders dan van binnen uitgedund. Het hindert niet, of men zware takken wegneemt, indien de algemeene vorm maar behouden blijft. Evenwel: men dwinge zoo'n boom niet om te groeien op een plaats, die haar veel te weinig ruimte biedt. Want dan kan men altijd wel aan het kappen blijven en zal men toch nooit zijn doel bereiken.

3

£

Sluiten