Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is volstrekt niet noodig, dat het uitdunnen ieder jaar geschiedt. Hoe vaak het gebeuren moet, hangt van verschillende omstandigheden af, zoodat er in dit opzicht geen bepaalde regel voor te schrijven is. Maar dit is zeker: hoe meer ruimte iedere heester heeft, des te mooier zal ze worden en des te minder zal het uitlichten noodig zijn.

In weerwil van zulke herhaalde verjongingen kan het toch gebeuren, dat een heester ten slotte te groot, dat zijn kroon te omvangrijk wordt. Ook doet het geval zich wel voor. dat hij te oud wordt, dat hij niet meer groeien wil, dat zijne bloemen schaarsch, klein en armoedig blijven. In al die gevallen kan een radicale verjongingskuur vaak uitkomst geven. Dan worden alle takken tot dicht bij den grond afgehouwen en de grond zelf wordt eens flink omgespit en rijkelijk bemest. De achtergebleven stompen zenden nu in het voorjaar weer nieuwe loten uit, die aan een herboren schoone weer het aanzijn schenken. Bij heesters, die veredeld zijn, mag men natuurlijk nooit tot onder de plaats van veredeling gaan, terwijl bij het uitloopen alle zoogenaamd wilde scheuten onmiddellijk onderdrukt moeten worden.

Het snoeisel van bloemheesters. Wanneer men in het voorjaar de bloemstruiken en vruchtboomen gesnoeid heeft, verzaniele men van de vroegbloeiende soorten, d.w.z. van die, welke vóór of tijdens de eerste bladontwikkeling bloeien, de takken en twijgen, die een lengte van 40 a 60 c.M. hebben en reeds duidelijk de bloemknoppen vertoonen. Zij worden in een vaas met zuiver water geplaatst — een paar korreltjes zout er in kunnen geen kwaad — en daarna op een warm plekje in de kamer, liefst niet al te ver van de kachel, gezet. Als alles goed gaat, beginnen weldra de knoppen te zwellen en ziet men de bloemen verschijnen, voordat er buiten nog denken aan is. Een hooge temperatuur is hiervoor bepaald van belang. Wanneer men de bloemtakken o.a. kiest van den peer, pruim, perzik, abrikoos, Cydonia japonica, Forsythia viridissima, Ribes sanguineum en vooral van de Jasminum nudiflorum, dan kan men heel aardige resultateu verkrijgen. Mochten de takken te donker staan, zoodat de bloemen te bleek worden, dan zette men ze eiken dag gedurende een paar uur op een plekje, waar ze door de middagzon beschenen worden.

Groenblijvende heesters. Enkele heesters blijven gedurende den winter hun blad behouden. Het zijn o.a. de Hulst met zijn

Sluiten