Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne wenschen kenbaar te maken. Wel zou ik in dit opzicht een heele opsomming van variëteitsnamen kunnen geven, maar die hebben voor de meeste liefhebbers, wijl ze de planten veelal niet kennen, toch geen beteekenis. Het best is het daarom, de keuze der soorten (variëteiten^ aan den leverancier, c. q. den kweeker, over te laten.

Alleenstaande in het gazon of tot grootere of kleinere groepen vereenigd, komen vooral de volgende vaste planten goed tot hun recht: de Rabarber en de Gunnera scabra, met hun reusachtige bladeren, de verschillende Kulalia-soorten, siergrassen bij uitnemendheid ; het Pampasgras, Gyncnnvi argenteuvi, met zijn groote zilverwitte pluimen, de Polygonum Sachalinense eti 1'. Sieboldi met hun hoog opschietende knoopige stengels, de Vuurpijlen met hun zware bloemschachten en de Bambusa Metaka, die, schoon van Oostersche afkomst, toch volkomen winterhard is.

Zelfs in de schaduw van hooge boomen of in kleine tuintjes, door hooge muren ingesloten, willen sommige nog heel goed groeien. De Kerstroos, de Winterheliotroop. de Maagdepalm, de Sleutelbloem, de Hepatica, het Welriekend viooltje, de Saxifraga crassifolia, de Anemone japonica en de Salomonszegel, het zijn er slechts enkele uit de lange rij. Als regel mag men wel stellen, dat alle voorjaarsbloeiers en die, welke in het wild in de schaduw der wouden groeien, zich hier op hunne plaats zullen gevoelen.

Alle vaste planten vragen een diep bewerkten, vruchtbaren bodem, terwijl men ze nooit langer dan drie a vier jaar op hun zelfde plaats moet laten staan. In dien tusschentijd hebben ze den grond in den regel zoozeer uitgeput en zich veelal zoo sterk uitgebreid, dat zij eens opgenomen en tot kleinere afmetingen teruggebracht moeten worden. Wanneer de grond daarbij tegelijkertijd wat bemest wordt, zullen zij die moeite een volgend jaar voor een weelderiger groei en rijker bloei ruimschoots beloonen. Dit verplanten geschiedt bij voorkeur in het voorjaar, in de maand Maart of April. Wanneer het in den herfst gebeurt, is de kans niet buitengesloten, dat enkele te veel van den winter zullen lijden en sterven.

Bij de meeste baart de overwintering niet de minste zorg, zij zijn volkomen winterhard. Toch zal een kleine bladbedekking hun in den regel welkom zijn. Andere daarentegen moeten bepaald voor den winter toegedekt worden. Hiertoe behooren o.a. de Gunnera's, het Pampasgras, de Tritoma's en de prachtige Cnnum

Sluiten