Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I)e Crocussen zijn als voorjaarsbloeiers algemeen bekend. Ze zijn volkomen winterhard en hebben dus gedurende de wintermaanden niet de minste bedekking van noode. Vooral verspreid in het gazon of in kleine groepjes tusschen het heestergewas doen ze het alleraardigst. Een heel perk er van maakt een al te kleurigen indruk. Men kan ze van Augustus tot November planten, liefst bij tweeën of drieën bijeen, ongeveer 6 a S c.M. diep.

De C a n n a 's, vroeger hoofdzakelijk om het blad, in de laatste jaren meer om de bloemen gekweekt, vertoonen een treffende overeenkomst met de Gladiolussen en behooren daardoor tot de meest gewaardeerde perkplanten. De schoonste onder hen doen zelfs aan Orchideeën denken. Zij vragen een goed bemesten grond en een eenigszins beschutte standplaats, opdat ze met hun hooge stengels niet te veel van den wind te lijden zullen hebben. Vooral het overwinteren eischt nog al wat zorg. Droog en vorstvrij, is een eerste voorwaarde. In den loop van de maand Mei worden ze naar de perken overgebracht.

De C hionodoxa's behooren tot de liefste voorjaarsbloeiers. Hun trosjes van blauwe bloempjes, in den regel met wat wit in het midden, maken overal, waar ze voorkomen, een alleraardigst effect. De bolletjes zijn volkomen winterhard en kunnen het dus zonder eenige bedekking stellen.

De Colchicums, beter onder den naam van Herfsttijloozen of droogbloeiers bekend, zijn precies crocussen, die in den nazomer bloeien. Verspreid in het gras onder srruiken of boomen doen zij een oogenblik wanen, dat de lente weer in aantocht is.

Van de Crinums wil ik alleen de Crinum Powelli album noemen. Niet, dat de andere niet mooi zijn,maar deze draagt mijns inziens de eerepalm weg. Het kunnen groote, zware planten worden, die minstens een ruimte van V% M. beslaan. De zware bloemstengels dragen groote schermen van wijd geopende bloemen, die sprekend op lelies gelijken. Onder een behoorlijke turfstrooiselbedekking kunnen zij buiten wel overwinteren.

Onder de D a h 1 i a 's nemen de Cactus-Dahlia s een bijzondere plaats in. Vooral onder de aanwinsten van de laatste jaren zijn prachtexemplaren te vinden. Ik denk hier slechts aan de Westfalia en de Uncle Tom, beide diep donker van kleur, maar de eerste bovendien prijkende met een fluweelachtigen glans: aan de Captain Broad en de Airs. Amos Perry, beide groot van bloem en vurig

Sluiten