is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rood, maar de laatste het vurigst van de twee; aan de Robcrtson en de Mr. J. J. Crowe, beide geel, doch de eerste de schoonste; aan de Rent' And ré, goudgeel van grondtoon, overtogen met een paarsrosen gloed; aan Eva, zuiver wit, het beeld van reine onschuld ; aan Die Fee, in paarsrose bruidsgewaad, aan de Brittanta en de Clara G. Stredwik, beide van hetzelfde type, maar de laatste als de jongste het mooiste van beide.

Ook de bloemen van den Heer Hornsveld te Baarn zullen ongetwijfeld opgang maken. Zij zijn heel iets anders dan men tot dusver zag. groot en los en werkelijk mooi.

De enkelbloemige Dahlia's tellen nog vele vrienden en onderscheiden zich behalve door hun kleurenrijkdom nog door hun bijzonder rijken bloei. De verouderde pompoen- Dahlia's hebben hun tijdperk van glorie achter den rug; toch zijn er nog wel enkele mooie verscheidenheden onder te vinden en vooral buiten treft men ze nog overvloedig aan.

De Dahliaknollen kunnen volstrekt geen vorst verdragen. Daarom worden ze in den herfst uit den grond genomen en op een veilig plekje bewaard. In het begin van Mei, als ze reeds beginnen uit te loopen, worden ze eerst gescheurd, waarbij men er voor zorgen moet, dat ieder deel minstens een knop of een scheutje behoudt en daarna uitgeplant. Eiken grond, die niet te schraal is, nemen ze voor lief. Het liefst hebben ze de zon. In de schaduw geven ze wel veel blad, maar weinig bloem. Hetzelfde is trouwens bij een al te rijke bemesting het geval. In den regel is het noodig, dal de stengels aan het één of ander steunsel worden vastgebonden. Tonkinstokken zijn voor dit doel bijzonder geschikt.

Betrekkelijk gemakkelijk laten de Dahlia's zich uit zaad aankweeken. Men weet dan natuurlijk vooruit niet, welke soorten men daaruit winnen zal. Het zaad wordt in het begin van Mei gezaaid, de jonge plantjes worden later op 40 c.M. afstand uitgeplant en in den regel zal men ze dan nog dienzelfden herfst en anders ten minste het volgende jaar zien bloeien. In den regel valt het resultaat evenwel niet mee, al valt niet te ontkennen, dat men er wel eens heel mooie exemplaren onder aantreffen kan.

De Eranthis hyemalis, het bekende Winteraconiet, zou men met evenveel recht het Voorjaars-boterbloenipje kunnen noemen. Het is een allerliefst plantje met mooie gele bloemen, die reeds