Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vorstvrije plaats. Het jonge broed, dat er naast zit, heeft in den regel drie jaar noodig, eer het sterk genoeg is, om zelf weer

bloem te geven.

Wanneer in het najaar de bloemen op de perken uitgebloeid en opgeruimd zijn, is het de tijd om H y a c i n t h e n te planten. In den regel geschiedt dit van half October tot half November. De grond wordt van te voren goed omgespit en desnoods bemest. Men plant de bollen op een diepte van 8 a 10 c,m. en een onderlingen afstand van 10 a 12 c.m. Gedurende den winter worden ze met wat blad of stroo toegedekt, waar sparretakken of iets dergelijks over heen komen, om het wegwaaien er van te beletten.

Men kan naar verkiezing het geheele perk met één soort beplanten, die door een rand van een andere omgeven wordt, öf men kan van verschillende soorten een mozaikvorm samenstellen. In beide gevallen is het van het hoogste belang, dat de gebezigde soorten nagenoeg van dezelfde hoogte zijn en tegelijkertijd in bloei komen. Het aantal soorten is zoo groot, dat het onmogelijk is, om alle combinaties op te sommen. Heeft men zelf in dit opzicht geen ervaring, dan doet men het beste, den leverancier omtrent "het doel in' te lichten en de samenstelling er van aan hem over te laten. Een hyacinthenbed moge mooi van kleur zijn, een zekere stijfheid valt er niet in te ontkennen.

De Kaapsche hyacinth, Galtonia candicans, zou zich zeker in een meerdere waardeering mogen verheugen, als zij van meer algemeene bekendheid was. Haar forsche stengels, die zich van boven als een pluim vertakken, schijnen aan den omtrek groote sneeuwklokken te dragen. Vooral langs heesterpartijen of in groepjes hier en daar in het gazon geplant, maken zij goede sier. Hun bloeitijd valt in de maand Juli en het begin van Augustus. Niemand behoeft zich door den prijs te laten afschrikken.

Van de Boldragende Irissen worden hoofdzakelijk twee soorten gekweekt. Het zijn de Spaansche en de Engelsche Ins. De eerste onderscheidt zich van de laatste door haar vroeger bloei en haar grooter verscheidenheid in kleur, al moet zij het er in grootte van bloemen ook tegen afleggen. Zij vraagt een open en zonnige standplaats, waar men ze jaren lang kan laten staan. Zoodoende krijgt men dichte, rijkbloeiende bossen. De Etigelschc Iris is veel grooter en schooner, terwijl haar groei ook veel krachtiger is. Ook zij is volkomen winterhard en vereischt na de

Sluiten