Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twijfeld de Gele Narcis, Narcissus pseudonarcissus met haar groote troinpetvormige bloemen. Menig biologische bijzonderheid zou er omtrent haar te vertelllen zijn, doch daar is het hier de plaats niet voor. Van de Narcissen komen tal van soorten en variëteiten voor, die in den regel meer in tint dan in vorm verschillen. Zelfs de Witte Narcis, Narcissus pocticus, hoe verschillend van de vorige ook, zal men toch onmiddellijk als haar verwant herkennen.

Alle Nr.rcissen komen, als wilden ze de sage, die er aan verbonden is, getrouw blijven, aan den kant van het water op hun beste uit. Ook in groepjes voor en tusschen heesters geplaatst, maken zij een goed figuur. Men wake evenwel, vooral in de gele kleuren, voor overdrijving. Men kan van het goede te veel krijgen. En dat is bij de Narcissen, die zich zoo snel vermenigvuldigen, heel licht het geval. Bij de witte kleur hindert dat niet. Maar hit geel!! Ken ieder weet er van mee te praten!

De 1 rosnarcissen ofTazetten en de Welriekende narcissen of J o n q u i 1 1 e n bloeien zeer rijk en worden nagenoeg voor dezelfde doeleinden als de voorgaande gebezigd. Vooral de Trosnarcissen kunnen gedurende de wintermaanden wel eenige bedekking gebruiken. Het overgroote meerendeel der andere is volkomen winterhard. Van September tot November is het de beste planttijd; men zet ze 8 a 10 c.m. diep, liefst bij drieën of vieren bij elkander.

De Ranonkels, waarvan bepaaldelijk de Perzische en de Turksche een eigen plaats innemen, kenmerken zich door een overvloed van bloemen in de rijkste vorm- en kleurnuances. De Schotsche en de I'ransehe zijn als verbeteringen van de eerste te beschouwen. Men kan ze zoowel in den herfst als in het voorjaar planten, doch op natte gronden zal het laatste ongetwijfeld de voorkeur verdienen. Hun klauwtjes legt men slechts 2 a 3 c.m. diep. Een zonnig plekje, behoorlijk vruchtbaar en vooral niet te droog, is hun het best naar den zin.

De S c i 11 a s kent bijna iedereen. Het zijn lieve, blauwe voorjaarsbloeiers, die tusschen de crocusjes zoo'n alleraardigst effect maken. Vaak ziet men ze zelfs tegelijk met het sneeuwklokje bloeien. De S. amoena en de S. sibirica treft men het veelvuldigst aan.

Als de hoofdbloei van de hyacinthen voorbij is, dan zijn de

Sluiten