Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smalle rabatjes langs de paden een goed figuur maken. In kleine tuintjes zijn ze over het algemeen minder op hun plaats. Ze versnipperen de oppervlakte te veel en geven daardoor aan het geheel een te popperig voorkomen.

Zaaibloemen voor voorjaarsperken. Er zijn drie zaaibloemen, die voor de voorjaarsperken aangewezen schijnen te zijn. Het zijn de Grootbloemige violen — l'ensèe's — de Vergeet-mij-nietjes en de Silenen. Welke de schoonste dezer drie is, valt moeilijk te beslissen, maar zeker is het, dat men ze op iedere wandeling in het begin van Mei ontmoeten kan. Hun cultuur biedt volstrekt geen bezwaren en wie zich een weinig moeite getroosten wil, die kan er naar

haitelust van genieten.

De Grootbloemige Violen worden in Juli, althans niet later dan in het begin van Aug. op een vruchtbaar plekje uitgezaaid en in den beginne, als het noodig is. herhaaldelijk begoten en een weinig geschermd. Zoodra ze groot genoeg geworden zijn om ze behoorlijk te kunnen hanteeren, worden ze op een ander bedje overgeplant, waar ze ongeveer een handbreedte van elkaar komen te staan. Vandaar worden ze in het voorjaar naar de plaats van hun bestemming overgebracht, waar ze een onderlingen afstand van 20 c.M. krijgen. Het liefst staan ze niet in de brandende zon. Een weinig schaduw, een vruchtbare grond en veel vocht geven de grootste bloemen. Na den hoofdbloei worden de stengels te lang* en de bloemen te klein. Men ruime ze dan op en beplante het bed met iets anders.

Een voorjaarszaaisel komt pas midden in den zomer tot ontwikkeling, als het te warm en te droog is, om er nog mooie bloemen van te kunnen verwachten.

De Vergeet -m ij- nietjes dienen reeds in de maand Juli gezaaid te worden. Ook bij deze is gieten en schermen vaak noodig om ze te doen ontkiemen. Zij worden eveneens zoo spoedig mogelijk op een ander bedje overgeplant, ook al weer op een onderlingen afstand van 10 c.M. ongeveer en komen in het vroege voorjaar' op de perken te staan. Hier krijgen ze een onderlingen afstand van 1 5 c.M, zoodat men ze dichter dan de violen plant, wijl zij zich niet zoo sterk uitbreiden. Wanneer men ze met een flinke wortelkluit opneemt en ze onmiddellijk na de planting goed aangiet, kunnen ze zelfs in het begin van den bloei nog verplant worden.

Sluiten