Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de I' e 1 a r g o n i u m s heeft men drie hoofdgroepen, t.w. de gewone geraniums, P. ao/talc', de hang-geraniums, P. peltatum en de Fransche geraniums, P. Odier. Vooral de eerste is rijk aan schoone verscheidenheden, zoowel wat blad als wat bloem betreft. Over het algemeen bloeien de enkelbloemige soorten rijker en zijn beter tegen den regen bestand dan de dubbele. Zij alle staan liefst volop in de zon.

Anders is het met de F u c h s i a 's. Zij houden het meest van het eenigszins getemperd licht. Bovendien vragen ze veel water en een rijk bemesten grond, doch kunnen gemakkelijk overwinterd

Een eenvoudig bakje, door een aarden wal omgeven.

worden. Desnoods kan men ze tegen den winter met blad aanhoogen, dat tegen het voorjaar weer verwijderd wordt.

De heerlijk geurende Heliotropen zijn, wat bodem en standplaats betreft, niet hoog in hun eischen. Als ze maar volop licht en lucht hebben, dan zijn ze tevreden. Doch ze zijn voor den liefhebber bij gebrek aan een doelmatige ruimte zoo moeilijk te overwinteren, dat hij het beste doet, daar maar niet aan te denken.

Mozaïkvakken. Over den aanleg van een mozaïkvak zou heel wat te schrijven zijn, doch dat ligt buiten het bestek van dit boek. Bovendien: al mag de een of andere liefhebber in staat zijn, het zelf te beplanten, toch ontbreken hem veelal de hulpmiddelen, om het plantmaterieel zelf aan te kweeken. Men doet daarom het best, den aanleg en de beplanting er van aan een bekwaam bloemist op te dragen en zich zelf uitsluitend met het onderhoud er van bezig te houden. Dit laatste bestaat hoofdzakelijk in het geregeld besproeien bij warm, zonnig weer en het innijpen der plantjes, die

Sluiten