Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wreedheid van de ergste soort begaat! Waar een volwassene, toegerust met meerder lichaamskracht en meerder ervaring niets kweeken kan, daar is het vooruit wel te berekenen, dat daar een speelsche knaap of tenger meisje, dat nog alles leeren moet, nooit eenig succes hebben kan. Neen, wie zijn kind een eigen tuintje belooft, die geve het dan ook een plekje gronds, dat werkelijk voor tuintje dienen kan, waar zelfs bij weinig moeite en zorg de planten voorbeeldig willen groeien Bovendien zij het niet in een verren hoek gelegen. Ieder wil op zijn tijd wel eens belangstelling in zijn arbeid zien en het kind, dat zijn kleine rijk tot aan de uiterste grenzen van zijns vaders tuin verschoven ziet, loopt zoo licht gevaar, die gewenschte belangstelling niet te ondervinden. Dan verslapt de prikkel om het kleine domein in orde te houden, het onkruid gaat er welig tieren, het tuintje wordt een wildernis en de groote menschen besluiten met te zeggen, wat zoovelen vóór hen reeds gezegd hebben: »dat het altijd zoo gaat, als je de kinderen een eigen tuintje geeft; de eerste week goed. de tweede week minder, de derde week slecht en binnen de maand is alle liefhebberij er af.« Maar aan wie de schuld? Zou het den meesten grooteren niet evenzoo ver gaan ?

Neen; het beste is voor onze kinderen niet te goed. Dat geldt hier, dat geldt overal! Een geschikt plekje dus voor hen uitgezocht en behoorlijk van het omringende gedeelte atgescheiden, zoodat het werkelijk een »tuin«, een afgesloten geheel is. Eene omheining van een paar paaltjes, met ijzerdraad of ijzergaas er langs gespannen en met éénjarige klimplanten, zooals Oostindischc kers of Convolvulus begroeid, is meestal voldoende.

Het spitten en bemesten verrichte men zelf of men late het doen. Al het andere doe het kind. Waar het noodig is, geve men het de noodige voorlichting, doch

Een prieeltje van klimplanten.

Sluiten