Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vroege groenten bestemmen, bij de laatste met kleine vormboomen, bessen of frambozen beplanten.

Is de muur of schutting met leiboomen bekleed, dan mogen die rabatten niet breeder dan 75 c.m. zijn, omdat het anders moeilijk is, de boomen geregeld te snoeien, hetgeen vooral gedurende de zomermaanden geschieden moet. Het spreekt van zelf, dat er dan voor vroege cultures weinig of geen plaats is. Maakt men die rabatten breeder, om er bessen, frambozen of smalle vormboomen op te planten, dan zullen deze te veel schaduw op de onderste gesteltakken der leiboomen werpen en ze tot onvruchtbaarheid doemen. Leiboomen en breede rabatten zijn daarom niet met elkander te rijmen.

Anders wordt het, als de muren ot schuttingen kaal of met klimplanten begroeid zijn; voor deze laatste is een weinig schaduw zoo hinderlijk niet. Hier kan men rabatten langs leggen ter breedte van 1.50 M. a 1.80 M., om ze voor het beplanten met bessen, frambozen of vormboomen te bestemmen.

Wordt de tuin rondom door een heg begrensd, dan zal men in de onmiddellijke nabijheid daarvan met het telen van groenten in den regel niet veel succes hebben. Men doet daarom beter, ook hier rabatten langs te leggen ter breedte van 1.50 M. a 1.80M. en ze te beplanten, zooals boven aangegeven werd.

In kleinere tuinen zal voor zulke breede rabatten allicht geen plaats zijn. Men neme ze dan smaller en beplant ze, zooals dat het beste uitkomt. Voor aardbeien zal het allicht een goed plaatsje zijn, terwijl ook verscheidene vaste planten uit den bloementuin er een goed figuur kunnen maken.

Verdeeling in kwartieren: Richting, lengte en breedte der bedden. Wijl men, teneinde een gelijkmatig gewas te verkrijgen, aan de bedjes, waarop de verschillende groenten gekweekt zullen worden, bij voorkeur een richting van het Noorden naar het Zuiden geeft, verdient het in groote tuinen, wier lengteas die zelfde richting heeft, alle aanbeveling, om het hoofdpad op regelmatige afstanden, bijv. om de 8 a 10 M., met de evenwijdig daarmee verloopende zijpaden te verbinden. Anders toch zouden de bedden een lengte krijgen, overeenkomende met de totale lengte van den tuin. Waar de hoofdas O.-W. loopt, is de behoefte aan zulke verbindingspaden minder groot, al zullen ze ook hier ter wille van het gemak, dat ze bieden, dikwijls worden aange-

Sluiten