Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanbeveling, om het chilisalpeter of tusschen de rijen of op een handbreed afstands rondom de planten uit te strooien.

In zijne uitwerking komt het roet in hoofdzaak met het Chilisalpeter overeen. Ook hiervan geve men niet te veel in eens, doch herhale de bemesting liever een keer. Hij de verschillende koolsoorten is het roet tevens een werkzaam middel, om de airdvlooien te verdrijven.

Randen. Teneinde aan den tuin een net voorkomen te geven, verdient het aanbeveling, de rabatten en kwartieren door een randje te omgeven, hetzij van gras, hetzij van iets anders. Dat zal een kweeker nooit doen, het is voor hem grondverspilling. Doch een moestuin is nu eenmaal geen kweekerij. Naast het practische mag toch ook het aantrekkelijke voorkomen niet uit het oog verloren worden. Nu is het wel waar, dat de slakken gedurende de warmte van den dag in de randen een veilig toevluchtsoord vinden, maar wanneer men het gras kort houdt, is dat nadeel toch zoo bijster groot niet.

Men geve de grasranden een breedte van 15 cM. Voor den aanleg er van worden dus slechts betrekkelijk smalle zoden gebruikt. Elk voorjaar worden ze weer tot hun oorspronkelijke breedte teruggebracht. Bij de keuze er van zij men op zijne hoede. Want als er grassoorten met wortelstokken in voorkomen, kunnen ze heel wat last veroorzaken.

Vooral in ouderwetsche moestuinen komt de Buxus, het palmboompje, als rand nog al eens voor. Zoo'n rand maakt trouwens, mits behoorlijk onderhouden, geen onaangenamen indruk. Wanneer ze geregeld geknipt wordt, kan ze wel een kwarteeuw mee. Begint ze oud te worden en er haveloos uit te zien, dan moet ze eens een verjongingskuur ondergaan. De oude planten worden dan gerooid, de plaats, waar ze stonden, wordt flink omgespit en vooral het bemesten wordt niet vergeten. Daarna worden van de oude planten de onderste takken, die te voren gedeeltelijk in den grond zaten en reeds enkele wortels hadden, afgesneden en uitgeplant, terwijl van de moederplanten de wortels wat worden ingekort, om ze daarna eveneens uit te planten, maar nu dieper dan te voren. Aan het kale ondergedeelte, dat zoodoende in den grond komt, vormen zich wel weer nieuwe wortels. Omdat de palmpjes na het knippen geen strenge vorst verdragen kunnen, dient het verplanten niet vóór half April te geschieden. Vanaf dien datum tot half Mei is het de geschiktste tijd.

Sluiten