Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langer zal het zijne kiemkracht behouden. Ken koele, droge plaats is hiervoor het meest geschikt.

Het zaaien. i\len doet het vaak voorkomen, alsof het zaaien een groote kunst is. Dat was het ongetwijfeld ook in den goeden ouden tijd, toen alle groenten nog breedwerpig gezaaid werden. Het was werkelijk een heele toer, om de fijne zaadjes zoo gelijkmatig over het geheele bedje te verdeelen, dat alle plantjes op regelmatige afstanden van elkander kwamen te staan, niet te dicht en niet te dun. Maar die tijd is gelukkig voorbij. Thans is er schier geen enkele groente, of ze wordt op rijen geteeld. Dat maakt het zaaien gemakkelijker en vereenvoudigt het wieden. Handig kan men met een schrepeltje tusschen de rijen terecht en ook tusschen de planten in de rii kan men vaak nog heel wat onkruid vernietigen. Kan dat niet, dan is het wieden met de hand de eenige oplossing. Doch dat kost vrij wat meer tijd. Om op rijen te zaaien trekt men met behulp van een houten pin ter dikte van een wandelstok of anders met den buitenkant van de hand ondiepe voortjes dwars of in de lengte over de bedden heen. In het laatste geval zal men het zonder pootlijn moeilijk kunnen stellen. De onderlinge afstand dier voortjes is afhankelijk van den omvang, dien de te telen gewassen zullen bereiken, terwijl de diepte afhangt van de dikte van het zaad. In den regel rekent men voor de diepte ruim de dubbele dikte der zaadkorrels. Nadat het zaad uitgestrooid is, wordt het met aarde toegedekt en al naar het noodig is, in meerdere of mindere mate aangedrukt. Later worden, wanneer de noodzakelijkheid daarvan blijken mocht, de opgekomen plantjes tot op de vereischte afstanden uitgedund.

De zaden van sommige groenten, zooals van snij- en spersieboontjes, van tuinboonen e. m. a. worden niet in geultjes, maar op regelmatige afstanden in ondiepe putjes gelegd, die later weer met aarde worden aangevuld. Op deze wijze kan men heel wat tijd en zaad besparen.

Ofschoon het wieden iets gemakkelijker is, wanneer de rijen dwars loopen, zal toch de tuin een netter aanzien krijgen, wanneer ze de lengterichting van de bedden volgen. Daarbij profiteeren, althans wanneer de bedden N.-Z. loopen, de planten beter van het zonlicht.

Alleen dan, wanneer de onderlinge afstand der rijen slechts gering behoeft te zijn, bijv. 10, 15 of 20 cM.. doet men beter, op

Sluiten