Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond er 20 cM. diep uit en legt dien ter weerszijden op de overgeschoten strooken. De gleuven, die op deze wijze ontstaan, worden ter halver hoogte met goed verteerden mest gevuld, waar een weinig aarde over heen gestrooid worden. Vervolgens worden ter plaatse, waar de jonge planten zullen komen, stokjes gestoken, 80 cM. van elkander. Rondom elk stokje wordt de grond een weinig aangehoogd, zoodat de planten er gemakkelijk opgezet en de wortels naar alle kanten uitgespreid kunnen worden. I'latte breede neuzen zijn de beste; lange spitse deugen niet. Daarna wordt de gleuf weer aangevuld met den grond, die er uitgekomen is. Omdat niet alle grond hiervoor noodig is, zullen de planten in den beginne altijd een weinig beschut, staan. In den loop van den zomer worden de stengels aan de reeds geplaatste stokjes gebonden, teneinde het af knakken te voorkomen. Mochten er enkele planten gestorven zijn, zoo worden deze het volgend voorjaar door nieuwe vervangen. In het najaar wordt het dorre loof afgesneden en opgeruimd, terwijl de bedden flink bemest worden. Het volgende voorjaar worden de stengelresten uitgetrokken en de bedden nog eens flink los en schoon gemaakt en met vloeimest begoten. Eerst in het derde jaar begint de oogst.

Men maakt dan de bedden 70 c.M. breed en hoogt ze 15 c.M. op met den grond, die men uit de thans ontstaande paden neemt. Die paden krijgen nu een breedte van 120-J0 = 5° c.M. Zoodra de »pijpen« de oppervlakte bereiken, moeten ze gestoken worden, omdat ze anders blauwe koppen krijgen. Men gebruikt hiervoor een zoogenaamd aspergemes. Om gemakkelijk te kunnen zien, waar ze zich door den grond heen zullen boren, houdt men dien goed gesloten.

Na den oogst, die tot den langsten dag duren kan, wordt de grond van de bedden weer zorgvuldig in de paden geschept, zoodat het terrein weer vlak ligt. Men moet hierbij de pijpen, die er zich nog in bevinden, zooveel mogelijk sparen, want de stengels, die dezen zomer nog zullen groeien, moeten de krachten verzamelen voor den volgenden oogst. Een flinke bemesting, als het kan met vloeimest. mag daarom ook niet vergeten worden. De volgende jaren worden de bedden 30 c.M. opgehoogd, zoodat men dan ook pijpen van die lengte steken kan. Dit ophoogen geschiedt in de maand Maart, in twee keeren, telkens 15 c.M. hoog, met een tusschenruimte van 14 dagen. Een goed aspergebed kan 12 a 15 jaar goed blijven.

Sluiten