Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boonen: Pronkers. De gewone witte en bonte pronkers zijn zeer goed tegen den wind bestand eu worden daarom in den regel aan hagen geteeld, die tot beschutting van het overige deel van den tuin moeten dienen Vooral voor tuinen, die aan den Noord-, Oost- en Westkant geheel onbeschut liggen, zijn zulke hagen van belang. Voor het vormen dier hagen kan men het hout van allerlei boomen gebruiken, mits de takken een lengte hebben van 2.— M. a 2.25 M. Door de zijtakken er zooveel mogelijk aan te laten, worden ze bijzonder dicht. In den regel wordt er op halver hoogte nog een staak langs gebonden, om aan het geheel meerdere stevigheid te geven. In het begin van Mei worden de boonen er langs gelegd, 10 c.m. van elkander. Ze worden óf droog gewonnen öf groen gegeten. Vooral in jaren, dat de snijboonen schaars zijn, treden zij er dikwijls voor in de plaats. De witbloeiende zijn hiervoor het best geschikt.

Behalve aan hagen kan men de pronkers natuurlijk ook aan staken telen ; men legge dan vier boonen rondom eiken staak.

Cichoreiloof. In het laatst van Mei wordt de cichorei gezaaid, zes rijen op een bedje ter breedte van 1.20 M. Later worden de plantjes zoover uitgedund, dat ze een onderlingen afstand van 20 c m. in de rij behouden. Hiermee kan dus bij het zaaien reeds eenige rekening gehouden worden. De grond behoeft niet al te vruchtbaar, maar moet flink diep omgespit zijn. Op het einde van Oct. worden de wortels uit den grond genomen. Het blad wordt 2 a 3 c.m boven de >kroon« afgesneden. Wanneer men die wortels in den vorm van een kegel in een schuur of kelder opstapelt of ze naast elkander in een bakje plaatst, waarvan de bodem te voren met een laagje zand bedekt is en ook de tusschenruimten met aarde gevuld zijn, dan kan men kort na Nieuwjaar reeds beginnen te oogsten. Alle licht moet daarbij zorgvuldig worden geweerd. Mocht de grond te droog worden, zoo is het wenschelijk, dien een weinig te begieten. Ook de wortels van het Brusselsch witlof kan men op zulk een wijze behandelen.

Stelt men zich met een later opbrengst, bijv. in het begin van April tevreden, dan kan men de wortels in den herfst naast elkander in een kuil plaatsen, zoodat ze ± 20 c.m. dik met aarde worden toegedekt. In het voorjaar zullen ze dan beginnen uit te loopen. Maar de bladeren blijven wit, zoolang ze nog niet boven den grond zijn. Wanneer ze zichtbaar worden, kan men met

Sluiten