Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze zitten tot het begin van Februari. Misschien zijn de kropjes dan reeds groot genoeg, om gegeten te kunnen worden. Mocht dit het geval niet zijn, dan zal men nog wat geduld moeten hebben. De tijd van oogsten is geheel van het weer afhankelijk. Mooie, gesloten kropjes zal men op deze wijze evenwel niet krijgen, doch dat schijnt in ons land vooralsnog tot de onmogelijkheden te behooren. Evenwel, een heerlijke groente zal het in ieder geval zijn. Wie een verwarmde ruimte, hetzij een warmen bak of een warme kas te zijner beschikking heeft, die kan er heel wat vroeger van profiteeren. Men zet de wortels daar op een overeenkomstige wijze in en dekt ze alleen maar met een laag zand ter dikte van 15 c.m. toe.

Wortelen. Bij open weer kan men reeds in de laatste week van Februari of begin Maart met het zaaien van de vroege soorten een aanvang maken. De Amsterdainsche bakwortel kan hiervoor zeer goed gebruikt worden. Men zaait ze op rijen, 10 c.m. van elkander, met een afstand van 5 c.m. in de rij. De plantjes, die er te veel staan, moeten later, bij voorkeur bij regenachtig weer, worden uitgedund. Voor het zaaien moet de grond niet al te fijn verkruimeld zijn; men kan het zaad dan beter en gemakkelijker dekken. Het wordt goed ondergeharkt en daarna flink stevig aangedrukt. In den regel duurt het twee a drie weken, eer het ontkiemt. Teneinde dit te bespoedigen, kan men het op de gebruikelijke wijze laten voorkiemen; zoodra er zich kleine, witte puntjes beginnen te vertoonen, is het tijd om te zaaien. Men zaaie vooral niet te dicht en zorge, hoe moeilijk dit ook moge vallen, voor eene gelijkmatige verdeeling van het zaad. Vóórdat het te kiemen wordt gezet, wordt het herhaaldelijk tusschen de handen gewreven, om de tandvormige aanhangselen te verwijderen.

Met het zaaien van de winterwortelen kan van half April tot begin Juni gewacht worden. Men zaait ze op rijen, die een onderlingen afstand van 20 c.m. krijgen, terwijl de plantjes in de rij op 15 c.m. afstand worden uitgedund. Men neme de rijen dwars over de bedden heen.

De lange Nijmeegsche, de dikke Friesche en de Groninger stomppuntige zijn drie goede soorten voor wintergebruik. De stomppuntige van A/antes is zoowel voor zomer- als wintergebruik geschikt. Door in Juli nog eene vroege soort, bijv. den Amsterdavischen bakwortel te zaaien, kan men in den herfst nog jonge worteltjes oogsten.

10

Sluiten