is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbeeld van beplanting. * appel,

X peer,

0 kers,

pruimen, kleiperen, etc.

zal men, althans op vruchtbare gronden, deze afstanden nog iets grooter moeten nemen. Hiernevens is een schets van een klein boomgaardje gegeven, 22 M. lang en 20 M. breed. Daar vinden 4 appelboomen, 4 peren en een kers voldoende ruimte, benevens een twintigtal pruimen, kleiperen, hazelaars en mispels langs den kant. In een boomgaardje van 19 bij 19 M. kan men 2 appels, een peer en een pruim planten, terwijl de tusschengelegen ruimte gedurende de eerste jaren door bessen, frambozen en aardbeien in beslag genomen kan worden, de eerste met een onderlingen afstand van 1.50 M. in het vierkant, de frambozen op rijen met

1 M. tusschenruimte en de aardbeien op bedden ter breedte van 1.20 M. Men dient er evenwel voor te zorgen, ongeveer op

2 M. afstands van de boomen te blijven, omdat deze anders te veel door de onderplanting zouden lijden, terwijl ook deze laatste niet tot haar recht komen zou. Later, als de boomen grooter geworden zijn, zal de onderplanting moeten vervallen en kan men er gras laten groeien. Intusschen zijn de hoogstammen al groot genoeg geworden, om eenige opbrengst te geven. Toch behoeft

men zich, zonder een expres boomgaardje aan te leggen, van vruchten niet te spenen.

Reeds vroeger werd gezegd, dat een enkele vruchtboom ook

** appel,

X peer,

• pruim,

AA beplant met aardbeien, BB met bessen,

F met frambozen.