is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teruggesneden. Daardoor zullen alle oogen op het blijvende gedeelte uitloopen en zich in vruchthout omzetten. Mocht evenwel de boom van onderen teekenen van een tragen groei vertoonen, dan laat men hem in den top in het geheel niet of slechts weinig doorgroeien. Zoodoende blijven zijne krachten gespaard en kan hij die aan hetgeen reeds gevormd was, besteden. De jaarlijksche verlenging wordt dus geregeld naar den algemeenen toestand van den boom. Wanneer deze zijne volle hoogte bereikt heeft, wordt hij van boven telkens weer tot die hoogte teruggesnoeid.

De rechtstaande snoeren leenen zich bijzonder tot het bekleeden van hooge. smalle ruimten. Omdat zij het nadeel hebben, dat de groei in den top in den regel nog al krachtig is, zoodat hier meestal veel gesnoeid en genepen moet worden, verdient het aanbeveling, ze daar, waar het mogelijk is, zooals aan grootere muurvlakten en schuttingen, door schuinstaande snoeren te ver-

De Uvormen zou men kunnen beschouwen als dubbele rechtstaande snoeren. Zij splitsen zich op eene hoogte van 30 c.M. boven den grond. Reide gesteltakken hebben een' tusschenruimte van 30 a 35 c.M., welke voldoende is, omhet wederzijdsch vruchthout te

berp-en. Ook de ze vorm ic \/r»r»r

u^iuv, gv^oi-v-iLcirvrv^ii

altijd even lang blijven. Gunt men Schuine snoeren,

den eenen een voorsprong boven

den anderen, dan zal dat verschil met het jaar grooter worden en het einde laat zich licht voorspellen.

De palmet candelabres zijn als het ware twee Uvormen, waarvan de eene den anderen omvat. Ook hier bedraagt de afstand tusschen de gesteltakken 30 a 35 c.M., zoodat elke boom een breedte van 1.20 a 1.40 M. beslaat. Men dient er wel voor te zorgen, dat de beide buitenste en de beide binnenste gesteltakken niet alleen paars-

vangen.

S wwrv VUIlll 13 v UU1

het bekleeden van hooge smalle ruimten bijzonder geschikt. Waar men er meerdere naast elkander plant, krijgen ze een onderlingen afstand van 60 a 70 c.M. Men behandelt ze volkomen op dezelfde wijze als de snoeren, met dit onderscheid alleen, dat men er hier voor zoreren

o

/lat Af* koilla rraofaUoUUn»