Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2". Een tweede, niet minder vaak voorkomende oorzaak van onvruchtbaarheid, is een ondoelmatige onderlaag. Als appel en peer op hun eigen wildlingen veredeld zijn, groeien ze buitengewoon krachtig en zullen eerst na verloop van vele jaren vruchthout geven. Bij zulke boomen baten ook de zomer- en de wintersnoei, die hiervoren beschreven werden, bitter weinig. Als men werkelijk spoedig vrucht en profijt van het snoeien hebben wil, dan kieze men alleen peren, die op kwee en appelen, die op paradijs of doucin veredeld zijn. Op droge en onvruchtbare gronden, waar de groei van nature reeds zwak is, kan men eene uitzondering op dezen regel maken. Ook lette men op hetgeen hieromtrent reeds vroeger is gezegd .

3". Waar zoo de groei bijzonder krachtig is en de vruchtbaarheid uitblijft, daar kan men deze temperen, door den boom een paar van zijn krachtigste wortels te ontnemen. Tot dat doel wordt de grond rondom den stam ter zijde gelegd, een paar van de

dikste wortels worden doorgekapt en daarna wordt het gemaakte gat weer gevuld. Mocht het blijken dat dit nog niet voldoende is, dan zullen den volgenden winter nog een paar van de dikste wortels moeten vallen. Boomen, die niet al te groot zijn, kan men zelfs in hun geheel uit den grond nemen en öf op dezelfde plaats óf elders weer planten. Het spreekt van zelf, dat bij deze operatie de wortels zooveel mogelijk gespaard moeten worden. Het is dan ook een maatregel, waartoe men slechts in het uiterste geval zal overgaan. Bovendien, als de soort als zoodanig een bijzonder laatdragende is, dan zal het slechts tijdelijk helpen.

4". Niet zelden gebeurt het ook, dat de boomen slechts matig groeien, vol vruchthout zitten en toch zelden of nooit bloeien.

De wintersnoei van een verwaarloosden vorm boom.

Sluiten