Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch een lange bladzijde in zijn auteursgeschiedenis heeft deze soort van miskenning niet gevuld. Daarvoor lei het leven te zeer beslag op zijn luimigen geest het gaf hem te veel waar te nemen, liet hem niet den tijd in 't bijzonder aan zichzelf als auteur te denken. Niemand wien meer afleiding was bezorgd dan hem. Wie met hem langs Amsterdam's straten ging, kon er zeker van zijn, meer dan eens tot stilstaan te worden genoopt, om onder de voorbijgangers het een of ander van typischen aard te beschouwen, dat onze vriend daar juist had ontdekt. Onder zijn geleide waren straten en pleinen vol verrassingen. Het publiek leverde hem de pikantste tafereeltjes, die aan eigen waarnemingsvermogen zouden zijn ontsnapt. Telkens meest men denken: Uw oogen hebben een vaardigheid om het komische te pakken, waar het voor ons overigen, onder het rumoer en de snelle wisseling van het woelige stadsleven, vervliegt. Het was een lust daarbij het genoegen te zien, dat zijn eerlijk gezicht en zijn heldere kijkers deed blinken... als schreef hij-onder den verschen indruk een blijgeestig verhaal, of een op straat spelende klucht. Hoe in zijn jonge levensjaren zulk een blijgeestig verhaal op den eigen stond soms in daden werd gegeven en de klucht al evenmin op het uur der beschrijving had te wachten, zelf heeft hij ons meermalen daarvan verhaald, als hij sprak van zijn vaak van overmoedigen levenslust en van dolle vroolijkheid bruisende jeugd.

Zeker zullen ouders en opvoeders hun hart wel eens hebben vastgehouden bij de capriolen van een aan invallen zoo rijken geest, bij een ontembaren lust om het komische te verwerkelijken; een neiging, die hem op meer gevorderden leeftijd nooit geheel heeft verlaten. Wij kunnen ons hem moeilijk denken een „zoet kind" te zijn geweest, evenmin hem ons voorstellen als een jongen of jongeling gehoorzaam wandelende langs de lijnen van

Sluiten