Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Hij was een dikke brij, ') voor z'n leeftijd, groot van stuk en goed geproportioneerd. Z'n oogen waren bol, zijn kijkers (de Irissen) klein en donkerbruin. Dat heeft hij natuurlijk gehouden. Hij keek meestal starende. Ook dat is gebleven. Dikwijls gaf hij in gesprek den indruk, dat hij je dadelijk begreep en dan verder in gedachte een en ander uitwerkte, als 't ware absent was: maar toch volgde hij je wel.

Op school was hij een aardige, flinke jongen, die geen vijanden had, maar zich ook niet een boezemvriend uitkoos. Dat is ook zóo gebleven, meen ik. Gul, goedlachs en altijd grapjes makende, zoo was hij. Ijverig, wel ja; hij deed zijn werk, maar bij repetities kon 't hem niet veel schelen, of hij No. 3 of No. 4 zat.

Eerzuchtig was hij op dat punt niet. Hij was goed in zijn Fransch en kalm, hield veel van natuurkunde, maar wiskundige dingen lieten hem koud. Al gauw zag hij in het Theorema van Pythagoras niets anders dan een broek, en liet ons dat lachende zien. Ik heb nog al veel met hem

omgegaan, om- dat ik ook graag karikaturen

teekende. Sa- men hadden we een cahier

daarvoor aan- gelegd, waarin we wedijver¬

den om de snaakste gezichten te zetten.

Hij was echter in het teekenen verreweg

de baas: los- heid van lijn en durf-van-

opzet had hij toen al flink te pakken. Hij

speelde viool, en ook wat piano, maar een ernstig musicus was hij niet. Veel hoogs zag hij niet in die kunst, ze diende hem alleen voor „komiekerigheid".

Verschillende menschen na te zingen deed hem genoegen, vooral als het in het timbre „grafstem" ging. Hij zag in het leven al kort weg een lolletje, tot ook hem bewezen werd, dat er niet altijd mee valt te spotten. De menschen, die al vroeg zijn spotlust gaande maakten, waren de Amsterdamsche aansprekers — „kraaien" genaamd — en met smaak kon hij vertellen hoe de lamfers van die eerwaardige spillebeenen weer versierd waren, oT ergens aangespijkerd. Soms schoot hij, hen bespottende,

') Justus van Maurik schijnt dus als jongen eerst lang en mager, en weldra: lang en gezet te zijn geweest.

Sluiten