Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opblijven gewend, overviel hem op straat hevige slaap. Tusschen vader en moeder in, liep hij half-slapende naar huis.

Benige jat en later ging hij, met Nieuwjaar, als echt-Amsterdamsche jongen, voor 't eerst in den Stadsschouwburg Gijsbreght van Aemstel zien, gevolgd door Kloris en Roosje. Het laatste beviel hem het best. Voor Vondel heeft hij nooit bijzonder veel gevoeld, evenmin als voor Shakespeare. Een onvergetelijken indruk heeft hij ontvangen van het bijwonen der vertooning van Nelly, met Veltman als Quilp. Justus v. Maurik is nooit sneller aangekleed geweest dan op den avond, dat zijn vader hem van uit zijn kantoor toeriep: — Just kleed je aan — en zet je pet op, we gaan van avond naar de komedie; Veltman speelt Quilp."

Justus was even zestien jaar en had, kort te voren, Dickens' Nelly gelezen. Met haar en den ouden David Trent had hij medegeleefd en geleden ; hij had zich boos gemaakt op den schavuit Quilp en zijne jeugdige fantaisie maakte zich, vooral van hem, eene levendige voorstelling. En nu zou hij dien Quilp als in levenden lijve ontmoeten, want zijn vader, die 't stuk reeds eenige dagem vroeger had gezien, was thuisgekomen en had gezegd — 't is een bewonderenswaardige créatie van Veltman.

In een ommezien was de jonge Justus gereed, en stapte naast zijn vader voort, naar 't Leidscheplein.

Die avond is hem nooit uit zijn geheugen gegaan. Mevr. Ellenberger speelde Nelly; Mevr. Kleine—Gartman Mistress Iniwin; Roobol was David Trent, August Vink de zaakwaarnemer Brass en Veltman Quilp.

Justus had er zich veel van voorgesteld, omdat zijn vader, die zijne voorliefde voor Dickens kende, dadelijk bij zijne tehuiskomst had gezegd — dat moet onze jongen zien, — maar toch overtrof alles zijne stoutste verwachting. Dat was Quilp; zóo

Sluiten