Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de Weteringschans, — waar thans ongeveer de school voor dramatische en vocale kunst van Cateau Esser is, — Schouwburggelegenheden in de Plantage, in het Haarlemmerplantsoen, enz. en later de Schouwburgzalen in de Suikerbakkerssteeg, en in de Warmoesstraat, de zoogenaamde dubbeltjes-komedie, in herinnering bewaard in zijne novelle: Een avond vol kunstgenot.

Het ging in die kleinere komedies genoegelijk, gemoedelijk en huislijk toe. Het tegenwoordig geslacht kan er zich geen denkbeeld van maken. De Salon van Grader, op de Weteringschans, werd Zondags-avonds voornamelijk bezocht door dienstmeisjes met haar vrijers. Als het kwart voor elven werd, verhief moeder Grader van uit het bufFet haar stem en waarschuwde : „Kwart voor elven, Meisjes! De vrijers en vrijsters stonden dan al gauw op, want de vrijster moest om elf uur bij haar volk binnen zijn. En moeder Grader zou niet willen, dat zij te laat kwamen, anders zou zij de schuld krijgen.

Het kon wel niet anders of Justus van Maurik moest lid van een Rederijkerskamer worden. Er waren er in zijn jongen tijd zoo vele. Hij en zijne vrienden Gerrit Portielje en Herman Lamberts zouden gaarne lid zijn van Rhetorica en Amicitia. Om als lid te worden toegelaten, moesten de candidaten een proef afleggen. Justus schreef er een stukje voor van drie personen, in hetwelk ieder zich zou doen kennen van zijne beste zijde. Dit stukje noemde hij: Tooneelstudiën. De een speelde voor tooneeldirecteur, de ander voor figurant en de derde voor tooneelknecht. Met vlag en wimpel kwamen de drie vrienden in Rhetorica en Amicitia.

In de dagen, dat er een soort werkstaking in de sigarenfabriek van zijn vader uitbrak, en hij ziek thuis zat, kwam hij op het denkbeeld een tooneelstuk, een blijspel te schrijven, om de emancipatie, die toen in de lucht zat, belachelijk te maken,

Sluiten