Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Justus hen, als jongen, met erwten naar de kuiten geschoten, nu maakte hij een karikatuur van zoo'n Wijnlijkje. In den geest van Jan Steen, staat er een kraai in een hoek.

Onder die schetsboeken zijn, na zijn dood, ook gevonden: een bijna volledig prentenboek met aardige versjes, door hem gemaakt voor zijne twee jongste kinderen, die hem zeer na aan het hart gingen, — en een boek, met knipsels. Deze moet hij gemaakt hebben als jong ventje, in de dagen, dat hij, om gezondheidsreden, veel thuis was. Zijne moeder, eene hoogst ontwikkelde en fijngevoelige vrouw, die niet vreemd bleef aan de geestelijke stroomingen van haar tijd, gouvernante was geweest bij voorname familien o.a. bij Du Tour van Bellinchave, heeft hem het eerste onderricht gegeven. Aan haar knie heeft de kleine Just lezen geleerd, en de beginselen van rekenen en Fransch, tot hij op zijn negende jaar naar school ging. Zij zal hem ook aangemoedigd hebben tot de knipkunst, die van uit de zeventiende eeuw bij voorname familiën nog in eere werd gehouden. Onder de eerste knipsels van Justus komt alweer een aanspreker voor. Hij was zoo vaardig in het knippen, dat hij eens, nog jongen, in het Trippenhuis, staande voor een schilderij, met de grootste snelheid en handigheid een mansportret naknipte, zoo mooi, dat een bekend persoon, dit ziende, vroeg het te mogen hebben. Van Maurik weigerde niet.

De knipsels van den twaalf-jarigen Justus toonen zijn zin voor het komische en de karikatuur. Zijn gave in het nabootsen van straatfiguren, blijkt uit de knipsels van „het joodje met een broek te koop," — van „de steltendansers," die hij in zijn jongenstijd bewonderde en die de Amsterdamsche jongens, op hun beurt, nadeden, — van „twee oude vrinden," van „Een boerenbruiloft," waarbij het kroontje aan den boom hangt, en de herberg: „Het Zwaantje," waar Jan Klaassen gewoon is zijn

Sluiten