is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de goedertierenheden des Heeren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Artikel IX worden aangegeven welke ambachten de jongens mogen leeren, nl.:

Huijs-timmeren, Scheeps-tinimeren, Schoen-maaken, Zeijle-maaken, Kuijpen, Metzelen, Boekbinden, Olaasmaaken, Wit-werken, Mande-maaken, Blikslaan voor de Manke, maar geen Smits-Ambagt, opdat eikanderen het opsluijten van slooten niet leeren, tot Dieverije.

Verder worden in dit eerste reglement nauwkeurige instructiën gegeven voor suppoosten, onderwijzers, zelfs een «ordre (Reglement) voor de weeskinderen om ihaar daar naar te comporteeren.»

Waarin o.a. deze merkwaardige artikelen voorkomen Art. X:

Zij (de kinderen naml.) zullen haar wagten van te krakelen, Verwijtingen, Dreijgementen van Slaan,

1/lllllo \Y / I ■ /vit r .-1 ! "T «71 « i

ïu.jit «vuuiucii, Ligivaaiuig z.weeren, vioeKen, Lasteren ende Oneerlijke Boeken, etc. Wie van de jongens hier aan schuldig zal zijn, zal Gestraft worden naar goedvinden van de Gecommitteerde Broederen en de Meijsjens naar goedvinden van de Gecommitteerde Diaconessen.

Art. XI:

De Jongens nog Meijsjens zullen niet converzeren nog komen op de Plaatse daar de Jongens logeren, nog de Jongens daar de Meijsjens logeren; zij en zullen niet vermogen tezamen discoureren, nog eenige familiariteijt houden, ook niet, als tot Jaren gekomen zijn, om ten Houwelijk te verlooven, zoo lange zij nog in 't Huijs zijn.

Voorts bevat dit Reglement de gebeden voor de Vergaderingen van het Bestuur, voor suppoosten en kinderen. Zoo eindigt het avondgebed aldus: